Examenfraude
Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Examenfraude is het frauderen op een examen door op een of andere manier de juiste antwoorden te bemachtigen zonder die daadwerkelijk te weten.
Meestal is het motief voor examenfraude onzekerheid: men denkt het op eigen kracht niet te kunnen. Ook komt het voor dat men het best kan maar door slechte planning het examen niet heeft voorbereid.
De methoden voor fraude zijn legio. Spieken bij een ander is het meest gebruikt maar natuurlijk ook het meest riskant. Spiekbriefjes worden ook wel meegenomen, en stiekem op schoot gehouden of op het toilet gelezen. Een veelgebruikte truc is het schrijven op de eigen hand. Sommige deelnemers schrijven van tevoren op de dijen en trekken een "afritsbroek" aan, waarvan de pijpen op het examen afgeritst worden. GSMs, walkmans, horloges met tekstinvoer, grafische rekenmachines met tekstinvoer en andere appatuur zoals elektronische agenda's worden ook wel eens gebruikt.
Middelbare scholen en universiteiten treden meestal hard op tegen fraude. Op het spieken bij proefwerken staat meestal een 1 als cijfer. Wie op het Centraal Schriftelijk Eindexamen fraudeert kan uitgesloten worden van deelname, wat in praktijk betekent dat de leerling zal zakken en het jaar moet overdoen. Tentamenfraude op de universiteit wordt bestraft met het nietig verklaren van eerder gemaakte tentamens of uitsluiting van alle tentamens (al dan niet reeds gepasseerd) van dat jaar, inclusief de tweede examenperiode.
Soms frauderen docenten ook wel eens. Sommige docenten willen hun leerlingen graag laten slagen, anderen zijn erop gebrand een hoog examengemiddelde te halen. Daarom worden eindexamens altijd dubbel gecontroleerd: een keer door de eigen docent en een keer door een docent van buiten school.
