Faillissementsfraude

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie

Ga naar: navigatie, zoeken

Faillissementsfraude is fraude die gepleegd wordt tijdens of door middel van het failliet laten gaan van een bedrijf. Faillissementsfraude is in twee categorieën te verdelen:

  • Verwijtbare benadeling.
  • Faillissement met voorbedachten rade; een onderneming wordt opgericht om zo opzettelijk schulden te maken, voordat het bedrijf op de fles gaat.

Inhoud

[bewerken] Motieven voor faillissementsfraude

De motieven voor faillissementsfraude kunnen uiteen lopen. Vaak probeert een ondernemer in uiterste geldnood op deze manier te voorkomen dat hij door zijn crediteuren wordt "kaalgeplukt". De verleiding is dan groot om goederen voor een appel en een ei aan familie te verkopen, of ze tijdelijk in een geheime bergplaats op te slaan tot de ellende achter de rug is. Hij probeert dus "zijn huid te redden".

Een andere veelvoorkomende vorm van fraude is een onderneming met opzet verbintenissen te laten aangaan die hij niet kan betalen. Geleverde goederen worden doorverkocht, zonder betaling aan de leverancier. Tegen de tijd dat leveranciers aan de bel trekken en faillissement aanvragen, is de frauduleuze ondernemer dan vaak verdwenen. Dit is dus eigenlijk een vorm van flessentrekkerij. Een variant hierop is het piramidespel.

Soms probeert de daadwerkelijke ondernemer (bestuurder) buiten schot te blijven door een zogenaamde katvanger als directeur/groot-aandeelhouder naar voren te schuiven. De katvanger verkeert niet zelden zelf al vaak in staat van persoonlijk faillissement en bij hem valt dus feitelijk ook geen verhaal te halen.

[bewerken] Faillissementsfraude in Nederland

Op 15 maart 2007 publiceerde het CBS en onderzoeker Luttikhuis nieuwe data over faillissementsfraude op de website van het CBS.( [1] )

De oudere data hieronder blijkt onjuist en onterecht de oorzaak van de term faillissementsfraude. Het blijkt niet zo ernstig te zijn als die data stelt en de oude getallen kunnen gerust door 2 of meer gedeeld worden.

Oude data
In Nederland komen aan het begin van de 21ste eeuw zo'n 4000 faillissementsgevallen per jaar voor. In slechts 2% van de gevallen komt het tot onderzoek door justitie. Bij ruim 71 procent van alle afgewikkelde faillissementen komt verwijtbare benadeling voor. Een deel daarvan is bewust: een ondernemer vervreemdt bijvoorbeeld vlak voor het officiële faillissement de boedel, terwijl die eigenlijk aan de schuldeisers toekomt. In 18 procent van de gevallen blijkt het te gaan om faillissement met voorbedachte rade.

Sinds 2003 bestaat in Nederland een speciale afdeling van het openbaar ministerie dat zich bezighoudt met financieel-economische delicten.

[bewerken] Instrumenten tegen faillissementsfraude

Het Nederlands recht wordt faillissementsfraude met verschillende middelen bestreden. Het privaatrecht "corrigeert" hierbij de onjuiste toestand die door de fraude is ontstaan, terwijl het strafrecht de frauderende ondernemer met een extra straf zal treffen. Alleen al de Faillissementswet kent veel waarborgen die de crediteuren beschermen, maar ook buiten deze wet treft men bepalingen tegen faillissementsfraude aan. Voorbeelden zijn:

  • Actio pauliana, het vernietigen van rechtshandelingen die crediteuren benadelen;
  • Bevriezing van het vermogen en verlies van de beschikkingsbevoegdheid tijdens het faillissement;
  • De mogelijkheid tot civiele gijzeling;
  • Bestuurdersaansprakelijkheid;
  • Het leerstuk van misbruik van faillissementsrecht, ingeval het faillissement dient om de Nederlandse ontslagbeperkingen te omzeilen;
  • Het strafrecht kent een aantal strafbepalingen tegen faillissementsfraude, zoals de strafbaarstelling van bedrieglijke bankbreuk (het onttrekken van goederen uit de failliete boedel);
  • De Belastingdienst heeft een aantal sterke instrumenten om te voorkomen dat zijn belastingvorderingen niet meer inbaar zijn.

Uit onderzoek van het CBS en mr. drs. A.P.K. Luttihuis van maart 2007 blijken actio pauliana, procedure onrechtmatige daad en bestuurdersaansprakelijkheid in praktijk niet te werken. De curator heeft nooit geld om die procedure te doorlopen en als hij dat wel doet gaat in de helft van de gevallen al het geld op aan procederen. De curator kiest er in 88% van de gevallen voor om het geld aan te wenden ten bate van de schuldeisers. Hier staat de publicatie van het CBS/Luttikhuis. [2]

[bewerken] Externe links

Persoonlijke instellingen
Boek maken