Bourgondische tijd

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie

Ga naar: navigatie, zoeken
Geschiedenis van Nederland

Tijdlijn
Bibliografie

..Naar overzeese gebiedsdelen
..Naar voormalige koloniën
Geschiedenis van België
Bibliografie
..Naar voormalige koloniën
Geschiedenis van de Nederlanden
1384 1482
Bourgondische Nederlanden
Prinsbisdom
Luik


Prinsdom
Stavelot-
Malmedy


Hertogdom
Bouillon
e.a.
1482 1581 / 1795
Habsburgse Nederlanden
vanaf 1556:
Spaanse Nederlanden
(1581 Acte van Verlatinghe)
 
1588 1795
Republiek der Zeven Verenigde Nederlanden
1581 1713
Zuidelijke Nederlanden
1713 1795
Oostenrijkse Nederlanden
(1790
Verenigde Nederlandse Staten)
1795 1801
Bataafse Republiek
1795 1804
Eerste Franse Republiek
1801 1806
Bataafs Gemenebest
1806 1810
Koninkrijk Holland
1810 1813
Eerste Franse Keizerrijk
1804 1815
Eerste Franse Keizerrijk
1813 1815
Vorstendom der Nederlanden
1815 1831 (1839)
Verenigd Koninkrijk der Nederlanden
1815 - 1866
G-H
Luxemburg
1831 (1839)

Koninkrijk der Nederlanden
1831 (1839)
Koninkrijk België
(Duitse Bond)
1867
Groot- Hertogdom Luxemburg

De Bourgondische tijd of Boergondische tijd is de periode in de geschiedenis van de Lage Landen tussen 1384 en 1494.

Inhoud

[bewerken] Van Hollandse graven naar Bourgondische hertogen

Het graafschap Holland was sinds de negende eeuw vast in handen van dezelfde grafelijke familie, het Huis Holland, en werd in deze tijd bijna zonder uitzondering van vader op zoon opgevolgd.

Met de moord op graaf Floris V van Holland kwam hieraan een einde. Weliswaar kon zijn zoon Jan I van Holland nog een paar jaar als graaf regeren, maar toen deze in 1299 op 15-jarige leeftijd stierf, kwam het graafschap Holland, samen met het graafschap Zeeland, met Jan II van Holland, een zoon van een neef van Floris V, toe aan het Huis Avesnes, dat toen reeds over het graafschap Henegouwen heerste.

Deze graafschappen die verenigd waren in een personele unie fungeerden in de Europese huwelijkspolitiek van de Middeleeuwen als een begeerde bruidsschat. De zoon van graaf Jan II van Holland, Willem III van Holland werd ook wel ‘de schoonvader van Europa’ genoemd. Een van zijn dochters, Margaretha van Holland en Henegouwen, trouwde met hertog Lodewijk van Beieren, keizer van het Heilig Roomse Rijk. Een andere dochter, Filippa van Holland en Henegouwen, huwde koning Eduard III van Engeland.

Toen de enige volwassen zoon van Willem III, Willem IV van Holland, in 1345 in de Slag bij Warns zonder erfgenamen stierf, benoemde keizer Lodewijk zijn vrouw als erfgenaam van zijn deelgebieden.

Zo kwam het Hollandse graafschap voor een paar generaties aan de Beierse hertogen uit het huis Wittelsbach. De tweede zoon van Margaretha, Albrecht van Beieren, arrangeerde een dubbel huwelijk, tussen een van zijn zonen en dochter enerzijds, en een dochter en zoon van hertog Filips de Stoute van Bourgondië anderzijds: Albrechts dochter Margaretha van Beieren-Straubing trouwde met Hertog Jan van Bourgondië, zijn zoon Willem VI van Holland met hertogin Margaretha van Bourgondië.

In 1428 moest de dochter van Willem VI, Jacoba van Beieren, met de Zoen van Delft afstand doen van haar bezit en kwam het Hollandse graafschap in handen van de hertog van Bourgondië.

[bewerken] Oorsprong

Een zekere groepering van de gewesten in de Lage Landen had aldus plaatsgevonden onder de Bourgondische hertogen.

Vanaf 1384 verwierf de Franse prins uit het Huis Valois, Filips de Stoute (1342-1404), die tevens hertog van Bourgondië was, het beheer van het graafschap Vlaanderen na de dood van zijn schoonvader op 30 januari 1384. Filips was namelijk in 1369 te Gent op luisterrijke wijze in het huwelijk getreden met Margaretha van Male, enige dochter en erfgename van de Vlaamse graaf Lodewijk van Male.

Vooral zijn kleinzoon Filips de Goede (1396-1467) wist, na de moord op zijn vader Jan zonder Vrees (1419), nog een aantal gewesten te verenigen, meestal op vreedzame manier d.m.v. huwelijk, erfenis of afkoop:

Hij verzekerde zich bovendien van de controle over de prinsbisdommen van Luik, aartsbisdom Utrecht en Kamerijk. Daarom gaf Justus Lipsius hem later het epitheton: Conditor Belgii.

[bewerken] Betekenis

Deze vereniging was slechts een personele unie. Elke provincie bleef een autonoom deelgebied met eigen instellingen.

De vorst regeerde de provincie met de hulp van de zogeheten Staten-Provinciaal. In deze instelling waren er drie standen, adel, geestelijkheid en steden, vertegenwoordigd. Aanvankelijk werden zij slechts in financiële zaken (innen van belastingen) door de vorst geraadpleegd. De vorst kon evenwel ook in andere domeinen hun mening vragen.

[bewerken] Centraal bestuur

Bourgondische gebieden en toevoegingen vanaf 1465

Ondanks regionaal verzet slaagde Filips de Goede er in een centraal bestuur uit te bouwen. Daartoe richtte hij vooreerst, naar Frans voorbeeld, de Grote Raad op, een soort regeringsraad avant la lettre. Alle belangrijke staatszaken werden er besproken. Ook fungeerde deze als hoogste hof van beroep voor al onze gewesten.

Om gemakkelijker zijn wil te kunnen opdringen en om tijd te winnen, liet hij de vertegenwoordigers van de verschillende provincies samenroepen in één enkele vergadering: de Staten-Generaal (1463). Deze bestond uit vertegenwoordigers van de Staten-Provinciaal.

In navolging van het principe vervat in de Blijde Inkomst (1356) bestond hun belangrijkste bevoegdheid in de medezeggenschap over de inning van de belastingen, maar de zaken van algemeen belang konden ook besproken worden. De periodiciteit van hun vergaderingen was echter onregelmatig en niet alle provinciën werden op elk van hun vergaderingen uitgenodigd. Tot het einde van de 16e eeuw hadden deze vergaderingen plaats. Daarna verloren zij veel van hun belang en vielen hun activiteiten vrijwel volledig stil.

[bewerken] Karel de Stoute zet de politiek van zijn vader door

Karel de Stoute (1433-1477), zoon van Filips de Goede, zette na 1467 de centralisatiepolitiek van zijn vader verder door. Zo bracht hij de drie bestaande Rekenkamers (Rijsel, Brussel en Den Haag) samen in één enkele te Mechelen. De rechtsprekende bevoegdheid koppelde hij los van de Grote Raad en vertrouwde die toe aan het Parlement van Mechelen, later opnieuw de Grote Raad van Mechelen. Hij verplaatste eveneens officieel de hoofdstad van het hertogdom van Dijon naar Brussel omdat eigenlijk al sinds de tijd van zijn vader alle belangrijke staatszaken in de Lage Landen plaatsvonden. Ook was het logisch om in het verreweg rijkste gebied tevens de hoofdstad te hebben. Het eigenlijke kernland Bourgondië speelde nog maar een marginale rol in het geheel.

In 1468 onderwierp hij het prinsbisdom Luik op bloedige wijze. Karel de Stoute steunde de prinsbisschop, maar de Luikenaars zelf kwamen daartegen in opstand. De stedelijke milities, waaronder de 600 Franchimontezen, werden daarop afgeslacht, en vele plaatsen in het prinsbisdom werden verwoest.

In 1471 richtte hij de Bourgondische Ordonnantiebenden op als staand leger ter ontlasting van zijn leenmannen. Twee jaar later mislukte een poging om van Bourgondië een zelfstandig koninkrijk te maken door een veto van de Duitse keizer Frederik III.

Generaties lang samenleven in de Bourgondische statenbond, met overkoepelende instellingen, samen in oorlog of in vrede, deed een supranationaal samenhorigheidsgevoel ontstaan. Boven de Henegouwse en Brabantse en Hollandse vaderlandsliefde kiemde er dus ook een Bourgondisch samenhorigheidsgevoel, dat later ook Nederlands of in het Latijn Belgisch genoemd werd.

[bewerken] Hertogdom gaat verloren

In 1477 sneuvelde hertog Karel in de slag bij Nancy en ging een groot deel van het Franse bezit van de Bourgondiërs, waaronder het hertogdom zelf, verloren aan de Franse kroon. Door het huwelijk van Maria van Bourgondië, enige erfgename van Karel de Stoute, met de Duitse kroonprins Maximiliaan I van Oostenrijk kwam de rest, waaronder de Lage Landen, onder de soevereiniteit van het Huis Habsburg.

Maria overleed in 1482 en werd als Hertog(in) van Bourgondië opgevolgd door haar zoon Filips de Schone. Bij zijn meerderjarig worden in 1494 nam Filips zelf het bewind in handen. Hij moest echter in 1498 gedwongen afstand doen van zijn aanspraken op Bourgondië. In 1506 werd hij koning van Castilië en daarmee een Spaanse vorst. Dit markeert het aanbreken van de Spaanse tijd.

[bewerken] Zie ook

Persoonlijke instellingen
Boek maken