Dijk (waterkering)
Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
|
Primaire waterkering Markermeer
|
|
Basaltblokken ter bescherming van het dijklichaam
|
Een dijk (ook waterkering genoemd) is een door mensen aangelegde verhoging, die het achterliggende land beschermt tegen golven en overstroming met een hoge waterstand. Een grondlichaam dat permanent belast wordt door een water met een relatief vast peil noemt men kade. Ook militairen lieten dijken aanleggen om strategische redenen zoals de Koningsdijk aan de Belgisch Nederlandse grens.
Binnen Nederland zijn twee (bestuurlijke) typen dijken: de primaire waterkeringen en regionale waterkeringen welke veelal secundaire waterkeringen worden genoemd. De primaire waterkeringen beschermen ons tegen het buitenwater, het water dat oncontroleerbaar kan stijgen zoals op zee, de grote rivieren, het Markermeer en het IJsselmeer. De regionale waterkeringen beschermen ons tegen het binnenwater in meren, boezems en kanalen. In het westen van Nederland zijn dit veelal boezemkaden. Onder de regionale keringen vallen ook slaperdijken. De veenkade van Wilnis is een voorbeeld van een regionale waterkering.
Een dijkgat of coupure is een opening die in een secundaire waterkering is aangebracht, bijvoorbeeld om verkeer doorgang te geven. De coupure kan bij hoog water met schotbalken worden afgesloten: tussen twee rijen planken kan klei worden gestort, zodat de opening in de dijk tijdelijk gesloten wordt.
Inhoud |
[bewerken] Wierdijk
Aan de zuidelijke oever van het voormalige eiland Wieringen, dat glooiend afloopt, werd in de Middeleeuwen een zeewering aangelegd bestaande uit een dubbele rij palen, die aaneengesloten verticaal in de grond werden gezet. Deze schutting steunde tegen een circa 2 meter dikke muur van samengeperst zeegras. Wierdijken waren beter bestand tegen storm dan aarden dijken omdat het samengeperste wier niet wegspoelde op plaatsen waar water doordrong. Het zeegras werd, vlak in de buurt, in de Waddenzee geoogst. Voor gebruik werd het eerst ontzilt en gedroogd. Hoewel de plant vroeger werd aangeduid als wier wordt hij tegenwoordig anders genoemd (zeegras), omdat hij niet behoort tot de wieren maar tot de planten. Dergelijke wierdijken zijn in dezelfde periode op vele andere plaatsen langs de voormalige Zuiderzee en de Waddenzee aangelegd. Zij functioneerden lange tijd naar behoren tot in de 18e eeuw de paalworm toesloeg, die de houten balken opvrat en daarmee het skelet van de dijk vernietigde. Daarop werd besloten de buitenzijde van deze dijken te verstevigen met opgestapelde basaltblokken, die uit Noorwegen werden aangevoerd.
Veel later pas, kwam men erachter dat een dijk met een grote glooiing (m.a.w een lichte helling) aan de zeekant beter bestand was tegen het beuken van de golven. Toen werden de basaltblokken glooiend neergelegd tegen de dijk.
De wierdijk aan de zuidkant van Wieringen werd de afgelopen jaren gedeeltelijk gereconstrueerd, waarbij de drie fasen van de ontwikkeling van de dijk educatief zijn tentoongesteld. Het zeegras dat voor de reconstructie nodig was, groeit niet meer in de Waddenzee en moest geïmporteerd worden van de Duitse Oostzeekust.
[bewerken] Galerij
[bewerken] Zie ook
[bewerken] Externe link
- Verslag over den Paalworm (pdf, volledige tekst)
- Wierdijkreconstructie locatie 52°54′30″N 4°59′17″E
Bronnen, noten en/of referenties:
- (nl) Vrolik, W., Harting, P., Storm Buysing, D.J., van Oordt, J.W.L. en von Baumhauer, E.H., 1860. Verslag over den Paalworm. Natuurkundige Afdeeling der Koninklijke Nederlandsche Akademie van Wetenschappen, Amsterdam, C.G. van der Post, 158 pp.
| Meer mediabestanden bij dit onderwerp vindt u in de categorie Dikes van Wikimedia Commons. |
