Nederlandse cinema
Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
| Geschiedenis van Nederland |
|
..Naar onderwerp
|
|
..Naar overzeese gebiedsdelen
|
|
..Naar voormalige koloniën
|
De Nederlandse cinema staat te boek als een kleine industrie waarvan ongeveer 20 films per jaar wordt uitgebracht. Driemaal won een Nederlandse film een Oscar voor de beste buitenlandse film: De Aanslag (1986), Antonia (1996) en Karakter (1997).
Inhoud |
[bewerken] Geschiedenis
[bewerken] 1895 - 1930
In het begin van de Nederlandse cinema werden er korte filmpjes gemaakt, zoals De Brandweer-film uit 1895, De Jongen met de Bal uit 1904 en Een Jongmensch... uit 1907. De meest bekende film uit die tijd is De mésaventure van een Fransch heertje zonder pantalon aan het strand te Zandvoort (1905) van Willy en Albert Mullens. Tijdens de Eerste Wereldoorlog was het neutrale Nederland nieuwsgierig naar de belevenissen aan het front. En zo werden er in rijdende cinemawagens filmpjes vertoond van de strijdende landen. Al gauw begon men films te maken om de bevolking te vermaken. Het in Haarlem gevestigde productiebedrijf (in die tijd geheten) Filmfabriek Hollandia was hofleverancier voor de meeste films tussen 1915 en 1930 met regisseur Maurits Binger meestal aan het roer, en Louis Chrispijn sr en Theo Frenkel sr als zijn voornaamste concurrenten als regisseur. Haghefilm, het bedrijf van Willy Mullens, produceerde documentaires zoals Holland Neutraal: Leger en Vlootfilm (1917), een twee en een half uur lange documentaire die tegelijkertijd de neutraliteit en de Nederlandse krijgsmacht propageerde. Filmmaatschappijen schoten als paddenstoelen uit de grond, waaronder Amsterdam Film Cie, Rembrandt film en Co en Filmfabriek F.A. Nöggerath, die allen na een aantal jaren verdwenen wegens faillissement. De films duurden meestal tussen de 30 en 70 minuten; uiteindelijk verschenen er tussen 1911 en 1930 rond de 30 à 40 stomme films. Succesfilms waren onder andere De Levende Ladder, Ontmaskerd, Het Geheim van Delft, Een Carmen van het Noorden en Helleveeg, met in die tijd bekende acteurs als Mien Duymaer van Twist, Lily Bouwmeester en Jan van Dommelen. De grootste diva uit die tijd was Annie Bos, die in haar hele oeuvre nog nooit te horen is geweest maar altijd in een stille film verscheen.
[bewerken] 1935 - 1949
In de jaren dertig kwam de geluidsfilm op. In de film Zeemansvrouwen uit 1930 werd al met geluid geëxperimenteerd. Na een kleine terugslag in de cinema kwam men tussen 1935 en 1940 weer terug naar de bios en werden er toch maar liefst 37 films gemaakt tijdens die periode. Vooral in 1934 ontstond er enorme concurrentie wie als eerste een echte geluidsfilm zou afleveren. Deze strijd zou beslist worden door de Willem van Oranje-film, maar De Jantjes-film won het weer door meer bezoekers te trekken. Op regiegebied was er maar weinig kennis van dat vak, en men deed een beroep op buitenlandse regisseurs als Kurt Gerron, Walter Smith en de uit Duitsland gevluchte Douglas Sirk, die in Nederland de film Boefje maakte. Tijdens de Tweede Wereldoorlog werden er beduidend minder films gemaakt wegens de bezetting, en de films die wel werden gemaakt bleven veelal onvoltooid. Drie Weken Huisknecht is de enige bekende film die is afgemaakt. Nederlander Joris Ivens werd geroemd om zijn documentaires uit de jaren dertig en veertig. In 1936 werd de eerste Nederlandse tekenfilm gemaakt. Dit 10 minuten durende zwart/wit filmpje met de naam De moord van Raamsdonk werkt gemaakt door Otto van Neijenhoff en Frans ter Gast en was gebaseerd op het moordlied De Moord van Raamsdonk.
[bewerken] 1950 - 1969
Pas in 1957 werd het Nederlands fonds voor de film opgericht. In die tijd waren de meeste films documentaires of amateurfilms. In 1958 kwam de film Fanfare van Bert Haanstra uit, die het goed deed bij het publiek, maar geen blijvend succes voor de Nederlandse filmindustrie betekende. Fons Rademakers begon zich als eerste serieus en structureel met fictiefilms bezig te houden. Zijn eerste film Dorp aan de rivier, naar het gelijknamige boek van Antoon Coolen, was een succes en werd genomineerd voor een Gouden Beer op het internationaal filmfestival van Berlijn en een Oscar. Het was de start van een wat meer serieuze filmindustrie in Nederland. In 1958 verscheen de eerste film in kleur, genaamd Jenny, al zou het tot begin 1970-1979Íjaren zeventig duren voordat de meeste films in kleur werden opgenomen omdat het budget het meestal niet toeliet. Benoemenswaardige titels uit de jaren zestig zijn Als twee druppels water uit 1963 (grotendeels gesponsord door biermagnaat Freddy Heineken), Mensen van Morgen (1964) en Het Gangstermeisje (1966).
[bewerken] 1970 - 1979
Begin jaren zeventig kende de Nederlandse film een opleving; de films werden in kleur uitgebracht en vooral de erotische getinte verhaallijnen trok het publiek naar de bioscoop. Films als Blue Movie en Turks Fruit werden een groot succes. Vooral regisseur Paul Verhoeven plukt hier de vruchten van, met films Wat Zien Ik!?, Keetje Tippel en Turks Fruit. Met een groot budget maakt hij Soldaat van Oranje, waarmee hij de basis legde voor zijn latere vertrek naar Hollywood. De belangrijkste Nederlandse producenten uit deze periode waren Matthijs van Heijningen en Rob Houwer en naast Verhoeven waren ook Nederlandse regisseurs als Nouchka van Brakel, Pim de la Parra, Wim Verstappen, Fons Rademakers en Frans Weisz succesvol.
[bewerken] 1980 - 1989
IN de jaren tachtig voegden regisseurs als Ate de Jong, Ruud van Hemert, Alex van Warmerdam en Dick Maas zich bij de bestaande garde met succesvolle films. Flodder, Spetters, Een vlucht regenwulpen, De Vierde Man, De Lift, Ciske de rat, Abel en het met een Oscar bekroonde De Aanslag (van Rademakers) zijn een greep uit Nederlandse films waar het Nederlandse publiek voor warm liep. Spoorloos van George Sluizer schopte het tot internationale cultfilm. Pim de la Parra begon met het maken van Minimal movies; een manier om snel en goedkoop films te maken. De films waren geen commercieel succes, maar de beweging betekende wel een soort leerschool voor filmmakers als Paul Ruven, Erik de Bruyn en Alejandro Agresti.
[bewerken] 1990 - 1999
In de jaren negentig raakte de Nederlandse film in het slop. Flops als Advocaat van de Hanen, Vals licht, De Zeemeerman en Intensive Care maakten duidelijk dat de liefde tussen de Nederlandse filmmakers en het publiek bekoeld was. Het dieptepunt werd bereikt in 1994, toen het Nederlandse aandeel van de totaalomzet van de bioscopen slechts 1% bedroeg en de succesvolste Nederlandse film maar 30.000 bezoekers trok. Veel producenten weken uit naar het buitenland om medefinanciers te zoeken. Het beste voorbeeld hier van is De Vliegende Hollander van Jos Stelling, die mede gefinancierd werd door een Italiaans en Belgisch bedrijf. Deze peperdure Nederlandse film flopte gigantisch en ook de pers liep niet warm voor de film. Een nieuwe generatie filmmakers begon op te staan. Aangevoerd door Robert Jan Westdijk, Eddy Terstall, Martin Koolhoven en Lodewijk Crijns werden frisse nieuwe films als Zusje, Hufters & hofdames, Suzy Q en Lap rouge gemaakt, die nog niet allemaal het grote publiek wisten te bereiken, maar wel de lof kregen van de critici in binnen- en buitenland.
Eind jaren negentig kwam het publiek weer terug naar de bioscoop, door middel van het verfilmen van kinderboeken als Abeltje en Kruimeltje, wat een nieuwe traditie start. In 1999 kwam de Telefilm tot stand. Het bijzondere hiervan is dat de films gefinancierd worden door het Cobo fonds, televisieomroepen en de productiebedrijven. De films beleven meestal hun première op televisie, maar soms krijgen ze ook een kans in de bioscoop. Een voorbeeld van een telefilm is Cloaca.
[bewerken] 2000 - heden
In het nieuwe millennium blijft men de nieuwe ingeslagen weg volgen met het maken van kinderfilms als Minoes, Pipo de Clown en Pluk van de Petteflet. Pas met Costa! wordt in 2001 bewezen dat er ook met andere filmgenres dan kinderfilms in Nederland succes behaald kan worden. Er volgen een aantal vergelijkbare films, zoals Volle maan, Liever Verliefd en Snowfever, die net als Costa! drijven op het gebruik van sterren die bekend zijn uit soaps (de zogenaamde soapies). Als laatstgenoemde flopt, blijkt deze formule weer uitgewerkt. De volgende trend is de multicultikomedie, zoals Shouf Shouf Habibi!, Het Schnitzelparadijs en 'n Beetje Verliefd, die het goed doen bij een breed publiek. In 2006 krijgt de Nederhorror een nieuwe impuls met films als Doodeind en Slachtnacht. Ook blijven boekverfilmingen populair bij Nederlandse filmmakers. Voorbeelden hiervan zijn De Passievrucht van Karel Glastra van Loon, Ik omhels je met 1000 armen van Ronald Giphart, Het woeden der gehele wereld van Maarten 't Hart en Verborgen Gebreken van Renate Dorrestein. (Overigens vielen de bezoekerscijfers van al deze vier films tegen.)
De oude generatie filmmakers, zoals Nouchka van Brakel, Pim de la Parra, Erik van Zuylen, George Sluizer en Frans Weisz lijkt definitief vervangen te zijn door de nieuwe generatie, waaronder Robert Jan Westdijk, Nanouk Leopold, Martin Koolhoven, Eddy Terstall en Pieter Kuijpers. Over deze wisseling van de wacht en de opkomst van een nieuwe generatie filmmakers gaat het boek De Broertjes van Zusje. Ook de producenten Rob Houwer en Matthijs van Heijningen zijn niet langer toonaangevend. Hun positie is overgenomen door producenten als Johan Nijenhuis, San Fu Maltha en Leontine Petit.
Het aantal bezoekers van Nederlandse films binnen het totale bioscoopbezoek steeg tussen 1994 en 2005 van 1 procent naar 13,6 procent.
In 2006 waren de verwachtingen hooggespannen toen oudgediende Paul Verhoeven zijn eerste Nederlandse film in ruim twintig jaar presenteerde. Zwartboek werd een doorslaand succes. De film ging in premiere in de competitie van het Filmfestival Venetië en werd positief ontvangen door het merendeel van de buitenlandse pers. Net als tijdens Verhoevens eerste periode in Nederland reageerde de Nederlandse pers lauwtjes op de film van Verhoeven, maar ook nu liep het storm in de bioscopen. Zwartboek is de eerste Nederlandse film in jaren die een miljoen bezoekers trekt.
[bewerken] Bekende regisseurs
- Maurits Binger
- Theo Frenkel sr.
- Paul Verhoeven
- Fons Rademakers
- Bert Haanstra
- Marleen Gorris
- Jan de Bont
- Dick Maas
- Jean van de Velde
- Ruud van Hemert
- Theo van Gogh
- Maria Peters
- Johan Nijenhuis
- Pieter Kuijpers
- Martin Koolhoven
- Joris Ivens
[bewerken] 25 Best bezochte films aller tijden
[bewerken] Zie ook
Bronnen, noten en/of referenties:
