Internationaal Strafhof
Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
| Internationaal Recht | |||||
|
Het Internationaal Strafhof (International Criminal Court/Court Pénal Internationale, afkorting ICC/CPI) is een permanent hof voor het vervolgen van personen die verdacht worden van genocide, misdaden tegen de menselijkheid en oorlogsmisdaden zoals deze zijn erkend in diverse internationale verdragen. Het strafhof is opgericht in 2002 en in Den Haag gevestigd. De werktalen zijn Engels en Frans.
Het strafhof dient niet verward te worden met:
- Het Internationaal Gerechtshof (Court Internationale de Justice) dat gevestigd is in het Vredespaleis. Dit hof behandelt rechtsgeschillen tussen staten.
- Het Joegoslavië-tribunaal (International Criminal Tribunal for the former Yugoslavia, ICTY) dat eveneens in Den Haag zetelt.
Inhoud |
[bewerken] Oprichtingsstatuut
In 1998 werd op voordracht van de Verenigde Naties het Statuut van Rome ondertekend, dat de basis legde voor de oprichting van het Internationaal Strafhof. Inmiddels hebben 108 landen het statuut geratificeerd of zich er bij aangesloten. 42 landen hebben het statuut wel ondertekend maar (nog) niet geratificeerd, waaronder de Verenigde Staten.
Tijdens de regering van president Bush jr. zijn de VS een actie begonnen tegen het strafhof, onder andere via de American Servicemembers' Protection Act. Een groot aantal landen is met de VS overeengekomen geen Amerikaanse staatsburgers aan het strafhof uit te leveren.
In 2002 werd ook de Veiligheidsraad van de Verenigde Naties door de VS onder druk gezet om het Internationaal Strafhof ervan te weerhouden vredeshandhavers uit landen die geen partij van het Hof waren, m.a.w. Amerikaanse militairen, te vervolgen. De Veiligheidsraad nam hierop resolutie 1422 aan.
[bewerken] Huisvesting
Het strafhof is gevestigd in de Binckhorst in het voormalig KPN-gebouw langs de A12.
[bewerken] Jurisdictie
Artikel 5 van het statuut geeft de jurisdictie van het hof: het vervolgen van genocide, misdaden tegen de menselijkheid en oorlogsmisdaden. Artikel 6 t/m 8 geeft een nadere invulling van deze begrippen.
[bewerken] Werkwijze
Het Internationaal Strafhof is een onafhankelijk instituut dat wel nauw met de Verenigde Naties samenwerkt. Hoofdaanklager bij het hof is de Argentijn Luis Moreno-Ocampo. Onder zijn leiding worden momenteel oorlogsmisdaden onderzocht in Uganda, Congo-Kinshasa, de Centraal-Afrikaanse Republiek en Darfoer (Soedan). In deze gebieden heersen oorlogen waarin marteling, moord, verkrachting en het ronselen van kindsoldaten regelmatig voorkomen.
Verdachten worden ondergebracht in het Penitentiair complex Scheveningen onder verantwoordelijkheid van de Verenigde Naties.
[bewerken] Aangeklaagden
Een delegatie uit Uganda heeft het strafhof bezocht met het verzoek, om af te zien van vervolging van de leiders van de guerrilla-organisatie Leger van de Heer. De dreiging van juridische vervolging zou een vredesakkoord in de weg staan. Op 6 oktober 2005 maakte het hoofd van de VN-delegatie in Congo-Kinshasa, William Lacy Swing echter bekend dat de eerste arrestatiebevelen van het strafhof zijn uitgevaardigd tegen vijf leden van het Leger van de Heer.
[bewerken] Gedetineerde aangeklaagden
Op 17 maart 2006 is de eerste aangeklaagde, de Congolese rebellenleider Thomas Lubanga, aan het Internationaal Strafhof overgedragen. Hij was de aanvoerder van de "Unie van Congolese Patriotten" (UPC), een militie van de Hema-stam in het gebied Ituri in Congo. Hij wordt beschuldigd van het ronselen en de inzet van kindsoldaten. Lubanga zat al een jaar gevangen in Kinshasa en werd door de Congolese autoriteiten aan het Hof uitgeleverd.[1]
Op 17 oktober 2007 werd voor de tweede keer een verdachte aan het Hof overgedragen. Germain Katanga, die commandant was van de "Patriottische Verzetsstrijdkrachten in Ituri" (“FRPI”), werd door de Congolese autoriteiten uitgeleverd. Katanga, ook bekend als “Simba”, wordt verdacht van zes oorlogsmisdaden en drie misdaden tegen de mensheid in Ituri. Onder andere moord, seksuele slavernij, en het inzetten van kinderen bij oorlogshandelingen.[2]
De derde aangeklaagde is aan het Hof overgedragen op 7 februari 2008. Dit was de Congolees Mathieu Ngudjolo Chui, voormalig leider van het "Nationalistisch en Integrationistisch Front" (FNI). Dit Front zou met de FRPI van Germain Katanga hebben samengewerkt bij een "systematische en wijdverbreide aanval" op het dorp Bogoro in het gebied Ituri, waarbij 200 mensen om het leven kwamen. Ngudjolo wordt beschuldigd van moord, mishandeling, bedreiging, inzet van kindsoldaten, seksueel geweld en plundering. In Bogoro woonden voornamelijk leden van de Hema-stam. [3]
[bewerken] Eerste proces
Op 26 januari 2009 begint het eerste proces van het Internationaal Strafhof. Dit betreft het proces tegen Thomas Lubanga, die wordt verdacht van het ronselen van kindsoldaten.
[bewerken] Zie ook
- Joegoslavië-tribunaal
- Rwanda-tribunaal
- Sierra Leone-tribunaal
- Cambodja-tribunaal
- Libanon-tribunaal
- Burundi-tribunaal
Bronnen, noten en/of referenties:
- ↑ First arrest for the International Criminal Court, International Criminal Court, 17 maart 2006.
- ↑ Second arrest: Germain Katanga transferred into the custody of the ICC, International Criminal Court, 18 oktober 2007.
- ↑ Derde Congolees bij Strafhof, NRC Handelsblad, 7 februari 2008
[bewerken] Externe link
| Meer mediabestanden bij dit onderwerp vindt u in de categorie ICC van Wikimedia Commons. |
