Watersnood van 1916

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie

Ga naar: navigatie, zoeken
Schellingwoude na de watersnood.
Prent die in 1916 werd verkocht om geld in te zamelen voor getroffenen van de watersnood.

Op 13 en 14 januari 1916 voltrok er zich in Nederland een watersnood rond de Zuiderzee. Een stormvloed viel samen met een hoge afvoer op de rivieren. Als gevolg braken op tientallen plaatsen de dijken en was daarnaast op veel plaatsen sprake van schade aan binnenbeloop en bekleding van de dijken. In de provincie Noord-Holland vielen doden. Koningin Wilhelmina bezocht de getroffen gebieden.

Inhoud

[bewerken] Doorbraken en overstromingen

Groningen

  • Het zuidwestelijk deel van het eiland Rottumeroog inundeerde.

Friesland

  • Buitenpolders (buitendijks gebied) nabij Holwerd liepen onder.

In Overijssel bleken dijken te laag, daarnaast trad op veel plaatsen schade op aan de dijkbekleding.

  • Bij Zwolle liep de dijk Kleine Weezenland over.
  • Bij Zwartsluis liep een dijk over.
  • Langs het Zwarte Water en de Overijsselse Vecht liepen dijken over en moest opgekist worden.
  • De Dronther overlaat liep gedurende 20 uur over en heeft het Overijsselse land op de linkeroever van de IJssel onderwater gezet.

In Gelderland liepen alle Zuiderzeedijken over.

  • Ten noorden van Elburg werd een gat in de dijk geslagen, hoewel deze niet geheel doorbrak.
  • Ten oosten van Nijkerk ontstond een doorbraak.
  • Ten westen van Nijkerk waren twee doorbraken van elke circa 140 m en nog twee gaten van 75m en 90m breed.

In Gelderland bleven nochtans grote delen van de Veluwe gespaard vanwege hun vrij hoge ligging.

Ook in Utrecht werden meerdere gaten in dijken geslagen. Het land achter Spakenburg, Bunschoten en Zeldert tot aan Amersfoort werd onder water gezet.

In Noord-Holland stond het water langs de Zuiderzee vóór de ramp door aanhoudende noordwesten wind al extreem hoog. Dagenlange regen had bovendien de - slecht onderhouden - dijken verslapt. Noordwaarts ruimende wind joeg in de ochtend van 14 februari 1916 het water over de Waterlandse Zeedijk, die bij Katwoude en Uitdam brak. Hierdoor liep praktisch de hele regio Waterland onder. Tussen Zaandam, Purmerend en Edam tot aan het IJ bij Amsterdam had het water vrij spel. Ook de verschillende polder- en ringdijken verdwenen goeddeels onder. Wel bleven de Purmer en Wijdewormer droog, evenals de dijken langs IJ en Zuiderzee. Twee mannen verdronken op 18 februari in de Buikslotermeer toen zij zich niet langer kon houden aan een telefoonpaal. Tussen de vluchtelingen in de kerk van Buiksloot glipte een meisje van vier het water in en verdronk. Daarnaast verdwenen vee, (huis)dieren en goederen in de golven. Het dieptepunt werd bereikt in de nacht van 22 op 23 februari met een noordooster sneeuwstorm (zie overzichtskaart). Ook het eiland Marken met zijn lage kades liep onder water. Hier vielen 16 dodelijke slachtoffers. Tevens brak de Amsteldijk bij Anna-Paulownapolder.

In Zuid-Holland kwam het water op de benedenrivieren op verschillende plekken tot aan de kruin en bij de Krimpenerwaard zelfs over de kruin.

In Noord-Brabant liep de Biesbosch grotendeels onder. Tevens vond een doorbraak plaats bij Lage Zwaluwe waardoor een polder onder kwam te staan.

[bewerken] Aanvang Zuiderzeewerken

Mr. G. Vissering, president van De Nederlandsche Bank schreef in het Algemeen Handelsblad dat Nederland het Lely-plan om de Zuiderzee af te sluiten moest uitvoeren. De Zuiderzee-vereniging organiseerde in Amsterdam een tentoonstelling hierover. Ir. Lely diende op 9 september 1916 zijn ontwerp in.

Deze ramp en de hongersnood van 1918 leidden tot de totstandkoming van de Zuiderzeewet. De dijkversterkingen die naar aanleiding van de ramp werden uitgevoerd, waren in 1926 voltooid. In 1932 werd de Zuiderzee 'getemd' met de aanleg van de Afsluitdijk.

De watersnood leidde ook tot de oprichting van de stormvloedseindienst.

[bewerken] Externe links

[bewerken] Bronnen, noten en/of referenties

Bronnen, noten en/of referenties:


Persoonlijke instellingen
Boek maken