Neoliberalisme

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie

Ga naar: navigatie, zoeken

Met de term neoliberalisme wordt verwezen naar de opleving van het economisch liberalisme die begon in de jaren tachtig. Het richtte zich vooral op de privatisering van overheidsbedrijven, het openbaar vervoer en de posterijen en telefonie. De politieke stroming gaat er vanuit dat de vrije markt in staat is zaken beter te regelen dan organisaties die door de overheid gestuurd worden. Binnen het neoliberalisme schuift de overheid dus meer taken af van zichzelf naar de markt (het bedrijfsleven).

Inhoud

[bewerken] Ontstaan van de term

De term neoliberalisme is in 1938 gelanceerd door de Duitse econoom Alexander Rüstow op een symposium in Parijs.[1] Met de term neoliberalisme werd afstand genomen van het 19e-eeuwse laissez-faire-liberalisme. Deze beweging stond haaks op de tijdgeest van de jaren dertig die gekenmerkt werd door vergaand overheidsingrijpen in de economie (Keynesiaanse theorie en totalitarisme in Nazi-Duitsland en de Sovjet-Unie). Het onderscheid tussen het klassieke liberalisme en het hier gedefinineerde neoliberalisme bestond er met name in dat concurrentiebeleid als overheidstaak werd gezien. De nadruk lag hier zoals later ook op economische aspecten van het liberalisme en niet op burgerlijke vrijheden.

[bewerken] Kenmerken in het beleid van het neoliberalisme

  • Vrije wisselkoersen
  • Vrije markt(zonder handelsbarrières)
  • Privatisering
  • Prijzen worden bepaald door de markt
  • Weinig overheidsinterventie
  • Constante vergroting van de markten
  • Snellere handel

[bewerken] Achtergrond

Het neoliberalisme kan men beschouwen als een voortzetting van klassiek liberalisme, alhoewel er verschillen zijn. Het neoliberalisme kwam eind jaren zeventig op als een beweging tegen Keynesiaanse theorie. Keynes vond dat de overheid moest ingrijpen in de economie. Deze economische standpunten werden na de tweede wereldoorlog vaak uitgewerkt in het economisch beleid van de overheid. Achteraf bleek dat de theorie niet altijd werkte. Hierdoor ontstond de gedachte dat de overheid zich beter afzijdig kon houden. Markten zijn complex en een ingrijpende overheid zou de markt kunnen destabiliseren. Uit deze ideeën kwam een nieuwe liberale stroming: het neoliberalisme.

[bewerken] Context

Essentieel in het politieke denken binnen het neoliberalisme is de vraag of, en in welke mate, marktwerking gestuurd moet worden. Dit kan door middel van actieve overheidsbeleidsturing, of markttoezichthoudende organisaties die alleen de elementaire voorwaarden voor marktwerking bewaken, zoals het voorkomen van kartelvorming en prijsafspraken, en het onderhouden van een effectief vergunningenstelsel.

[bewerken] Politici

Het eerste beleid gebaseerd op de neoliberale theorie is mogelijk de liberalisering van de Amerikaanse luchtvaart door de Democratische president Jimmy Carter in de jaren zeventig. Carter werd hiertoe geïnspireerd door theorieën van onder andere de econoom Milton Friedman.

Bekende neoliberale politici zijn Margaret Thatcher en Ronald Reagan. In Nederland worden vooral de namen van de premiers Ruud Lubbers (CDA, 1982-1994) en Wim Kok (PvdA, 1994-2002), en Frits Bolkestein (VVD), geassocieerd met het neoliberalisme. In België is premier Guy Verhofstadt (VLD, 1999-2008) een van de belangrijkste wegbereiders. Andere bekende leiders wereldwijd die met het neoliberalisme worden geassocieerd zijn Augusto Pinochet (Chili, 1973-1990), Brian Mulroney (Canada, 1984-1993), Raúl Alfonsín (Argentinië, 1983-1989) en Carlos Salinas (Mexico, 1988-1994).

Merk op dat neoliberalisme boven alles een economische stroming is; aanhangers van het neoliberalisme hebben niet per se liberale opvattingen over andere onderwerpen. Zo kunnen ook conservatieve politici, zoals voornoemde Thatcher die leider van de Engelse conservatieven was, of regelrecht autoritaire politici een neoliberale politiek voeren. Maar ook sociaaldemocratische politici voeren sinds de jaren tachtig vaak een min of meer neoliberaal beleid.

[bewerken] Kritiek

Er wordt veel kritiek uitgeoefend op het neoliberalisme. Zo stellen enkele politieke partijen dat de vrije markt vooral goed is voor welgestelde mensen of landen. Daarnaast denken velen dat de pure vrije markt voor bepaalde sectoren, zoals de gezondheidszorg, ongeschikt is. Verder wordt neoliberaal als milieuonvriendelijk gezien, omdat neoliberalisme in principe tegen milieuheffingen en strenge milieuwetgeving voor bedrijven is. Volgens critici bestaat er een kans dat de neoliberale ideologie een gedeeltelijke oorzaak is van de kredietcrisis in 2008.

[bewerken] Actuele situatie

In Nederland is de afgelopen jaren ook neoliberaal beleid uitgevoerd. Veel organisaties zijn door de overheid geprivatiseerd of werken marktgerichter. De Nederlandse markten voor energie, post, telefonie, openbaar vervoer zijn gedeeltelijk geprivatiseerd, maar de overheid heeft ook in deze markten nog een aanzienlijke invloed. Zo zijn de energiebedrijven nog grotendeels in handen van de overheid, de NS volledig, heeft de PTT een gedeeltelijk monopolie op de bezorging van poststukken en is het busvervoer niet vrijgegeven.

[bewerken] Zie ook

[bewerken] Bronnen, noten en/of referenties

 
Persoonlijke instellingen
Boek maken