Stalinisme
Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
| COMMUNISME |
| Stromingen |
|
Marxisme |
| Personen |
|
Marx · Engels |
| Landen |
|
Sovjet-Unie |
| Verwante onderwerpen |
|
Socialisme |
Het stalinisme dankt zijn naam aan de Russische revolutionair Jozef Stalin. Het kan zowel de staatsvorm betekenen die onder hem ontstond, als de politieke stroming waar hij leider van was, als de persoonlijkheidscultus rond de man. De onderwerpen die onder stalinisme vallen worden soms ook met andere termen aangeduid. Zo noemen aanhangers van Stalins politiek zichzelf liever communist (marxist-leninist), en wordt de staatsvorm door sommige tegenstanders ook wel 'staatskapitalisme' genoemd.
Inhoud |
[bewerken] Opkomst
Het stalinisme kwam in de jaren twintig op, toen de Russische revolutie stagneerde doordat zij geen succesvolle navolging kreeg in het buitenland (zo mislukte de Duitse revolutie), door de burgeroorlog in Rusland en door de onderontwikkelde economie. Onder die omstandigheden kon Stalin als leider van de ontstane bureaucratie aan de macht komen, zij het na een lange machtsstrijd binnen de communistische partij die pas ongeveer eind jaren twintig beslecht was.
Het stalinisme als personencultus beheerste de Sovjet-Russische politiek vanaf ongeveer 1924 tot de dood van Stalin in 1953. Het stalinisme is een vorm van marxisme. Een van de belangrijkste doelstellingen van het stalinisme als systeem (los van de personencultus) is het zogenaamde 'socialisme in één land'. Daarmee wordt bedoeld dat men de socialistische staatsopbouw binnen een land belangrijker vindt dan een internationale socialistische revolutie, zoals die door Stalins belangrijkste tegenstander Trotski werd gepropageerd. Het stalinisme streeft naar een agressieve collectivisatie van de gebruiksgoederen, maar staat wel beperkt bezit van productiemiddelen toe. Zo mocht iedere boer in Rusland een klein stukje grond bezitten en de opbrengst daarvan verkopen.
Het stalinisme is in zoverre 'links', dat het zich keert tegen de kapitalistische landen, hetgeen vaak leidt tot spanningen met die landen. Maar het stalinisme staat er aan de andere kant ook bekend om dat het probeert vriendschappelijke banden aan te gaan met kapitalistische landen.
Het stalinisme wil ook een land zo snel mogelijk industrialiseren. De nadruk ligt hierbij sterk op de zware industrie, die sterk wordt bevorderd, zelfs als dit ten koste gaat van andere sectoren, zoals de landbouw en de lichte industrie. Gelijke lonen, zoals ze voordien in de Sovjet-Unie golden, werden afgeschaft, lonen zijn juist sterk gebaseerd op de eigen prestatie. Hard werken wordt gestimuleerd door de verering van de zogenaamde 'stachanowisten': (zo genoemd naar de arbeider Stachanow) arbeiders die harder werken en meer produceren dan hun collega's. De stachanowisten genieten speciale privileges, zoals aparte winkelwijken en grotere appartementen. In de landbouw kenmerkt het stalinisme zich door een gedwongen collectivisatie: Private landbouwbedrijfjes worden afgeschaft, en samengevoegd tot vaak zeer grote collectieve bedrijven, die in het bezit zijn van de staat, en waar de boeren werknemers zijn.
Het stalinistisch systeem slaagde er dankzij dwang en de geplande economie in om Rusland van het niveau van een derde wereldland op te tillen tot het niveau van een supermacht. Door de bureaucratische en centralistische planning (in plaats van democratisch en decentraal) liep de steeds complexer wordende economie echter vanaf de jaren zestig vast.
Huwelijken werden door Stalin in ere hersteld en abortus werd verboden met als doel het aantal geboorten op te krikken en aldus te zorgen voor toekomstige arbeidskrachten.
[bewerken] Kunst
Op artistiek gebied wordt het zogenaamde 'socialistisch realisme' gepropageerd en opgedrongen. Avantgardistische en impressionistische experimenten worden verboden en men dient 'realistische' kunst te maken, omdat het herkenbare kunst moet zijn voor de arbeiders. De gelukkige arbeider en de hardwerkende boer en de leider zijn de hoofdthema's op de meeste socialistisch realistische schilderijen. Diverse kunstenaars en ook componisten vluchtten uit hun land, omdat het hun onder het stalinisme niet was toegestaan om hun kunst te maken.
[bewerken] Intolerantie
In stalinistische landen worden de leiders op religieuze wijze vereerd. De houding ten opzichte van religie is tweeslachtig: soms wordt zij getolereerd, dan weer worden gelovigen vervolgd.
Ook bestaat er in stalinistische landen een soort van patriottisme; helden van weleer worden op kinderlijke wijze vereerd. Antisemitisme komt ook voor, wat nog een breuk was met het marxisme: o.a. Trotski, Rosa Luxemburg en Marx waren zelf immers van joodse afkomst.
Hoogtepunt van het stalinisme na de showprocessen eind jaren dertig tegen Stalins tegenstanders was wellicht de Tweede Wereldoorlog, (vaak in Rusland de Grote Vaderlandse Oorlog genaamd) waarin de Russen zich massaal opofferden voor het vaderland. Dit heeft mede geleid tot de overwinning van de geallieerden op het nazistische Duitsland.
[bewerken] Stalinisme na Stalin
Na de dood van Stalin in 1953 raakten de Sovjet-Unie en haar bondgenoten in een destalinisatiefase. De persoonsverheerlijking van Stalin verdween, maar zijn één-partij-politiek bleef bestaan. Ook sommige punten van het stalinisme bleven na Stalins dood bestaan. Vooral de totale staatscontrole over de economie bleef tot de val van de muur standaard in het oosten. Ook de ijzeren greep op het Oostblok bleef een onderdeel van de Sovjet politiek. Hoewel de persoonsverheerlijking rond Stalin na zijn dood dus verdween, bleef de politiek van Stalin op economisch gebied en op politiek gebied intact. Pas met de val van de muur in 1989 kwam er een einde aan het stalinisme in Europa.
[bewerken] Stalinisme buiten de Sovjet-Unie
Na 1945, toen het Oostblok, China, Noord-Korea, Cuba, Albanië en Vietnam onder communistisch bestuur kwamen, waren die landen automatisch direct stalinistisch, zonder democratische fase vooraf. Na de dood van Stalin, en zeker na de befaamde rede van Sovjet-leider Chroetsjov in 1956, verdween het stalinisme als personencultus langzaam maar zeker. Enkele landen, waaronder Albanië (Enver Hoxha) en Noord-Korea (Kim Il Sung), bleven echter een strak stalinistische koers varen, al bleef het stalinisme als systeem (in essentie een dictatuur van een geprivilegieerde bureaucratische toplaag) elders meestal bestaan tot aan de val van de muur. Na de val van het stalinisme in Albanië bleef begin eenentwintigste eeuw alleen Noord-Korea als puur stalinistisch land over.
[bewerken] Stalinisme als standaard Communistisch systeem
Na de tweede wereldoorlog werd het stalinisme het standaard communistische systeem wereldwijd. Stalin liet in de “bevrijde” Europese landen, communistische partijen aan de macht komen die loyaal aan de Sovjet-Unie waren. In 1949 won Mao Zedong de Chinese burgeroorlog en stichtte een maoïstisch China (zie Maoïsme).
Na Stalins dood werd de religieuze persoonsverheerlijking van Stalin afgeschaft, maar in economisch en politiek opzicht bleef het stalinisme economisch bestaan, want er werd geen democratie ingevoerd. De bezette landen Litouwen, Letland en Estland bleven gedwongen deel uitmaken van de Sovjet-Unie; pas toen in 1990 de Muur viel, de val van het Stalinisme in Europa kwamen deze landen vrij.
De meeste huidige stalinistische landen (met uitzondering van Noord-Korea), hebben geen persoonsverheerlijking meer, ze zijn eerder nationalistisch geworden dan stalinistisch. China is tegenwoordig meer met een nationalistisch land te vergelijken. De Chinese CCP doet veel aan patriottisme, iets wat altijd al deel uitmaakte van de stalinistische en maoïstische gedachte.
