Vladimir Lenin
Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Vladimir Iljitsj Lenin, Russisch: Владимир Ильич Ленин, revolutionaire schuilnaam van Vladimir Iljitsj Oeljanov, Russisch: Владимир Ильич Ульянов, (Simbirsk (tegenwoordig Oeljanovsk), 22 april [O.S. 10 april] 1870 — Gorki (oblast Moskou), 21 januari 1924) was een Russisch revolutionair, eerste leider (premier) van de Sovjet-Unie en naamgever van het leninisme.
De naam 'Lenin' was een van zijn pseudoniemen. Hij zou deze naam hebben aangenomen als stellingname tegen Georgi Plechanov, die het pseudoniem 'Volgin' gebruikte, naar de rivier Volga. Oeljanov koos de rivier Lena voor zijn pseudoniem, vanwege de parallel die getrokken kan worden tussen deze rivieren en de politieke meningen van de beide opponenten (de Lena stroomt tegengesteld aan de Volga en heeft bovendien een grotere lengte). Er bestaan echter meer theorieën over de oorsprong van het pseudoniem Lenin, waardoor het onzeker is waar het pseudoniem werkelijk vandaan komt.
Inhoud |
[bewerken] Achtergrond
Lenins vader was een aristocraat en overheidsinspecteur van onderwijs. Zijn moeder stamde uit een van origine lutherse grondbezittersfamilie. Lenin werd al op jonge leeftijd beïnvloed door het socialisme. Net als zijn broer Aleksandr Oeljanov, voelde hij zich aangetrokken tot het populisme van de Narodniki, de Russische variant van de sociaaldemocratie. Zijn broer Aleksandr werd in verband gebracht met een mislukte moordaanslag op tsaar Alexander III van Rusland en in 1887 terechtgesteld. Lenin deed kort daarna eindexamen aan het gymnasium. Ondanks het familiedrama leden zijn prestaties er nauwelijks onder: hij eindigde als tweede van zijn klas. Lenin was na de dood van zijn broer politiek betrokken geraakt en werd marxist. Lenin bestudeerde de werken van Nikolaj Tsjernysjevski, Karl Marx en Plechanov op het landgoed van zijn grootouders van moederskant. In 1887 werd hij toegelaten tot de Universiteit van Sint-Petersburg en in 1891 studeerde hij af in de rechten en kon hij zich als advocaat vestigen. In 1893 sloot hij zich aan bij een Petersburgse groep marxistische sociaaldemocraten, later bij de Bond voor de Bevrijding van de Arbeid. In 1895 werd hij gearresteerd en zat hij korte tijd vast, van 1897 tot 1900 leefde hij als balling in Siberië. Kort daarvoor was hij in het huwelijk getreden met Nadezjda Kroepskaja, evenals Lenin een overtuigd marxiste, zodat zij hem in ballingschap mocht vergezellen.
Na hun ballingschap in Siberië leefde het echtpaar in ballingschap in Londen, later in Zwitserland. Op het congres van de Russische Sociaaldemocratische Arbeiderspartij in Londen, in 1903, kwam het tot een breuk in de partij: Lenin en zijn groep waren overtuigd dat de burgerlijke revolutie - die de partij nabij achtte - geleid moest worden door het proletariaat om ervoor te zorgen dat die zou resulteren in een democratische republiek (volgens hen het laatste stadium van een kapitalistische staat) in plaats van een burgerlijke staat met kiescijnzen en ongelijke rechten. Ze werden in deze gedachte gesteund door Karl Kautsky, de theoretische leider van de Tweede Internationale, en Rosa Luxemburg, één van de leiders van de Duitse Sociaaldemocratie. Hun tegenstanders vonden dat de burgerij de revolutie moest leiden omdat het nu eenmaal een burgerlijke revolutie was en omdat in de Franse Revolutie (ook een burgerlijke) de burgerij ook de leidende rol had gespeeld. Er waren ook meningsverschillen over zetels in het Centraal Comité en de krant van de partij, omdat Lenins tegenstanders vonden dat het Congres hen te weinig zetels had toegekend. Lenins groep kreeg de naam Bolsjewieken (meerderheid), de andere groep kreeg de naam Mensjewieken (minderheid); overigens ontstonden er nog meer vleugels binnen de RSDAP. Het blad van de Bolsjeviki werd de door Lenin gestichte Vperjod (Voorwaarts).
Na de revolutie van 1905 keerde Lenin naar Rusland terug. Lenin en de Bolsjewieken boycotten de Doema en riep op tot een proletarische revolutie. Toen na het ontbinden van de Tweede Doema door tsaar Nicolaas II van Rusland in 1907 en de reactionaire conservatieven de macht kregen, ging Lenin weer terug naar Zwitserland. In 1912 kwam het tot een volledige breuk met de Mensjewieken en richtte Lenin de krant Pravda (De Waarheid) op. Tijdens de Eerste Wereldoorlog woonde Lenin de links-socialistische congressen van Zimmerwald en Kienthal bij. Lenin bepleitte de oprichting van een Derde Internationale. Het geheime politieke adresboek van Lenins groep bevatte in 1916 slechts tien actieve leden in Rusland zelf.[1] In februari 1917 brak de Februarirevolutie in Rusland uit. Tsaar Nicolaas II deed afstand van de troon en er kwam een Voorlopige Regering. Volgens de traditioneel marxistische opvatting volgt er pas lang na een burgerlijke revolutie een proletarische of socialistische revolutie. Marx zelf achtte het 't meest waarschijnlijk dat dit zou gebeuren in het land waar het kapitalisme het meest ontwikkeld is. Met zijn theorie over het imperialisme (o.a. in "Het imperialisme als nieuwste etappe van het kapitalisme") ontwikkelde Lenin de stelling dat een burgerlijke revolutie meteen zou kunnen omslaan in een proletarische revolutie, als in het betreffende land de arbeidersklasse beter georganiseerd was en een hoger bewustzijn heeft, terwijl de kapitalistenklasse betrekkelijk zwak staat. Volgens Lenin was een socalistische revolutie dus mogelijk in de zeer nabije toekomst. Na zijn illegale terugkeer (met behulp van de Duitse regering) naar Rusland in april 1917 vestigde Lenin - die door zijn volgelingen luid werd begroet bij zijn terugkeer uit ballingschap - zich in Petrograd (Sint-Petersburg).
[bewerken] Oktoberrevolutie
Direct na aankomst toog Lenin aan het werk en stelde de befaamde April-thesen op (zie: Russische Revolutie). In de April-thesen riep Lenin op tot de vorming van een socialistische regering en alle macht aan de sovjets. De juliopstand die kort daarop onder leiding van de bolsjewieken plaatsvond, liep uit op een mislukking en Lenin vluchtte naar Finland waar hij ondergedoken leefde. Vanuit zijn schuiladres bleef hij de bolsjewieken oproepen om tot een opstand te komen. Dankzij Duitse geldstromen groeide de oplage van de Pravda explosief naar driehonderdtwintigduizend exemplaren en het ledenaantal van de bolsjewieken vertienvoudigde tot tweehonderdduizend. [2] Lenin vond steun bij de groep rond de revolutionair Trotski, die zich met zijn groep bij de bolsjewieken aansloot. Op 20 oktober poogde de rechtse generaal Lavr Kornilov via een staatsgreep de macht naar zich toe te trekken. Premier Aleksandr Kerenski wist dit echter te voorkomen. Lenin keerde uit Finland terug en gebood de oprichting van de Rode Garde, zogenaamd om de arbeiders en matrozen de revolutionaire regering te steunen en te verdedigen, maar in werkelijkheid om een revolutie te ontketenen. Premier Kerenski van de voorlopige regering had zijn handen vol en greep niet in. Op 7 november 1917 pleegde de Rode Garde van de bolsjewieken een staatsgreep, die de geschiedenis inging als de Oktoberrevolutie. Dit vanwege de afwijkende russische kalender. De Voorlopige Regering werd gevangen genomen en er werd een revolutionaire regering gevormd bestaande uit bolsjewieken.
[bewerken] De Rode Terreur
De benaming Rode terreur is afgeleid van het franse "La Grande Terreur", die eindigde met de executie van Robespierre. De Franse Revolutie kan in vele opzichten vergeleken worden met de Russische Revolutie.
De Rode terreur vormt een zwarte bladzijde uit de Russische geschiedenis en die van Lenin. Het ironische aan de situatie was dat de bevolking van het voormalig Russisch Keizerrijk in ongerepte gebieden meer slachtoffers leed dan in de periode van de Eerste Wereldoorlog. Deze communistische oorlog werd niet beschouwd als een strijd tegen het kapitalisme, maar was in feite een strijd tegen het eigen volk. Nadat Lenins partij de macht verkreeg over het voormalig Russisch Rijk werd de oorlog gestart tegen de onwillenden van het communisme. Concentratiekampen werden gebouwd waarin miljoenen van de Russische bevolking in barre omstandigheden zouden sterven.
In het jaar 1921 werd de grote honger georganiseerd door Lenin en de Bolsjewieken. Miljoenen mensen, meestal boeren werden beroofd van hun bezittingen en landerijen. het gevolg was dat de meerderheid van de bevolking niets meer had om van te leven. Hierdoor kwamen miljoenen mensen om van uitputting of honger. Het doel hiermee was de bevolking loyaal te stellen aan het communistisch beleid. Onschuldige burgers werden beschuldigd van samenzwering tegen de partij en werden neergeschoten, opgehangen of gestuurd naar concentratiekampen. In de periode van onrust vormde er een exodus van intelligentia uit Rusland. Vele Russen die bijdroegen aan de maatschappij en samenleving zoals dokters, ingenieurs, schrijvers,enz werden opgespoord door de Cheka om die te veroordelen. Zo weken vele Russen uit naar de Verenigde Staten en andere Europese landen. De beroemde uitvinder Vladimir Zworykin die een bijdrage leverde aan de uitvinding van de televisie stond op de lijst van de Cheka. Hij week later uit naar de Verenigde Staten waar hij zijn werk voortzette.
Lenin respecteerde de Russische Orthodoxe kerk ook niet. Kerken, heilige monumenten werden verwoest omdat ze een bedreiging zouden vormen voor het communistisch beleid. Priesters werden opgehangen, neergeschoten en in massagraven gedumpt. Vele bolsjewieken plunderden de kerken voor hun goud of kostbare kunstschatten. Deze kostbare kunstschatten werden verkocht naar het buitenland onder het dekmantel van de hongerige bevolking te voorzien met voeding.
De Russische Tsaar Nicholaas II, zijn vrouw en kinderen werden geëxecuteerd zonder proces in opdracht van Lenin. Hiermee werd de aanleiding gegeven naar de bloederige oorlog tussen het communisme en het volk.
[bewerken] Regeringsleider
De nieuwe regering kreeg de naam: Raad van Volkscommissarissen (dwz. ministerraad). Trotski had die naam verzonnen om zich te distantiëren van de 'burgerlijke' ministerraden van de Westerse landen en daarmee werd ook duidelijk dat de nieuwe Russische regering een volledige breuk wensten met het kapitalistische Westen. Lenin werd voorzitter van de Raad van Volkscommissarissen (premier). Tevens leidde Lenin het centraal comité van de Bolsjewistische Partij, die vanaf februari 1918 de naam Russische Communistische Partij kreeg.
In december 1917 vormde Lenin zijn tweede regering, een coalitieregering (tevens de laatste coalitieregering in Sovjet-Rusland; in 1918 werden de coalitiegenoten uit de regering gezet.), waarin ook leden van de Linkse Sociaal-Revolutionaire Partij zitting hadden. De nieuwe regering zond een afvaardiging om vrede te sluiten met de Centralen (Duitsland, Oostenrijk-Hongarije, Bulgarije en Turkije). De eerste besprekingen mislukten maar in februari 1918 werd de vrede van Brest-Litovsk gesloten. Rusland onttrok zich aan de Eerste Wereldoorlog, maar in eigen land begon de burgeroorlog (zie: Russische Burgeroorlog). Voormalige tsaristische officieren, burgerlijke politici, een deel der sociaaldemocraten (mensjeviki) en de sociaal-revolutionairen begonnen de nieuwe communistische regering te bestrijden. Deze 'Witte Legers' bestreden gedurende 3 jaar de 'Rode Legers'. In 1921 kwam de burgeroorlog formeel tot een 'einde' hoewel het nog tot 1924 onrustig zou blijven in Rusland, in Turkestan zelfs tot 1926 (op enkele gewapende groepen van de Basmatsjiopstand na, die doorvochten tot in de jaren '30).
Marxistisch socialisme betekent op economische vlak nationalisatie en gemeenschappelijk grondbezit. Tijdens de burgeroorlog was inderdaad alles in handen van de staat. Nadat Lenins economische beleid geleid had tot hongersnood en opstanden introduceerde hij in 1921 de Nieuwe Economische Politiek (NEP). De NEP voorzag in een gemengde economie: een deel der economie bleef genationaliseerd een ander deel werd privébezit. Dit is niet dogmatisch marxistisch - dat wist Lenin zelf ook wel - maar getuigt van realisme. De NEP bracht Rusland economisch gezien terug naar het peil van 1913 en de mensen kregen weer een acceptabele levensstandaard.
Lenin oefende steeds een harde terreur jegens opstandige boeren en arbeiders, alsook tegen politieke tegenstanders, uit. Een goed voorbeeld hiervan vormt het neerslaan van de opstand van de Poetilov-fabriek. Ook de opstand van de Baltische vloot, de Kronsjtadt revolte, werd hardhandig onderdrukt. Toen er, waarschijnlijk door Fanny Kaplan, op 30 augustus 1918 een aanslag op zijn leven werd gepleegd (zijn gezondheid verminderde vanaf die tijd en zijn latere hartaanvallen worden toegeschreven aan dit incident), werd de Rode Terreur uitgevaardigd door de bolsjewieken. Toch was Lenin geen alleenheerser. Hij was weliswaar de meest charismatische revolutionair tijdens de Russische Revolutie en werd als zodanig door collega-revolutionairen beschouwd, de macht lag niet alleen in zijn handen. Alle belangrijke besluiten, ook die van Lenin, moesten formeel steeds worden goedgekeurd door de Partij. Lenin bezat niet die macht, dat hij de belangrijkste partijorganen, het Centraal Comité en het politbureau uitsluitend kon vullen met jaknikkers; iets wat Stalin (overigens pas eind jaren dertig) wél voor elkaar kreeg.
[bewerken] Laatste jaren
In mei 1922 werd Lenin getroffen door een beroerte, waarvan hij echter herstelde; later volgden er nog meer. Bij een latere beroerte werd Lenin van zijn spraakvermogen beroofd. Uiteindelijk stierf hij op 21 januari 1924 in Gorki Leninskije, een dorpje op 10 km ten zuiden van Moskou.[3] Hoewel zijn weduwe Kroepskaja het er niet mee eens was, werd zijn gebalsemde lichaam permanent tentoongesteld in een mausoleum op het Rode Plein in Moskou, waar hij nog steeds ligt. Iedere twee weken wordt zijn lijk speciaal behandeld en regelmatig moet het goed worden opgeknapt.
[bewerken] Lenin en de partij
|
Lenin en Stalin samen
|
Lenin wordt gezien als de grondlegger van het communistisch partijwezen in Rusland. De Russische Communistische Partij (zoals de bolsjevistische partij sinds 1918 heette) werd door Lenin een strak en centraal geleide politiek waar het democratisch centralisme werd ingevoerd. Dit betekent dat wanneer het Centraal Comité een meerderheidsbesluit had genomen, de minderheid, die dat besluit voorheen bestreed, zich bij die meerderheid moest neerleggen. Die minderheid moest van harte helpen dat besluit ten uitvoer te brengen. Dit versterkte de positie van Lenin, die altijd wel een meerderheid in het Centraal Comité op zijn hand wist te krijgen. Het instellen van een verbod op fractievorming in de Partij bezorgde de partijleiding de gewenste macht om opstandige leden te kunnen royeren naar believen. Dit droeg in niet geringe mate mee aan de vorming van de dictatuur van Jozef Stalin, alsmede van andere communistische leiders.
Lenin had echter minder behoefte aan het concentreren van staats- en partijfuncties in dezelfde personen, iets wat na zijn dood in de USSR en in andere communistische landen vaak zou gebeuren. Lenin gaf zijn voorzitterschap van het Centraal Comité op (dat gaf hij aan Stalin, die ongemerkt zijn macht verder uitbouwde) en behield slechts het voorzitterschap van het kabinet.
Volgens de marxistische doctrine - die Lenin op dit punt nauwgezet volgde - zou de staat op den duur afsterven. Lenin geloofde hier tot zijn dood vurig in: de wereldrevolutie leek dichterbij dan ooit. In zijn optiek zouden de mensen als broeders en zusters (kameraden) vreedzaam samenleven in de proletarische wereld, daarin was een regering (= dwang) niet meer nodig. Tot die tijd (tot de fase van het werkelijke communisme was bereikt), was de staat echter noodzakelijk en moest zij krachtig zijn.
Lenin werd na zijn dood als partijleider opgevolgd door Stalin. Later bleek dat Lenin zich negatief had uitgelaten over Stalin en andere partijleden.[4] Ook Kroepskaja, Lenins vrouw, was niet zo te spreken over Stalins gedrag.
[bewerken] Bibliografie
- 1902: Wat te doen?
- 1916: Imperialisme: het hoogste stadium van kapitalisme
- 1917: Staat en revolutie
- 1920: De Linkse Stroming
- 1922: Laatste testament: brieven aan het congres
[bewerken] Externe links
- Lenin (Vol.1, Vol.2, Vol.3), Tony Cliff (1975-76) - online versie van driedelige biografie
- V.I. Leninbibliotheek - online Nederlandstalige werken van Lenins hand
- V.I.Lenin.info: voting about carrying out of a body of Lenin from the Mausoleum. (Russian) (Red - against, Dark blue - for, Grey - I abstain)
Bronnen, noten en/of referenties:
- ↑ Geert Mak, In Europa (Amsterdam/Antwerpen: Atlas, 2004, ISBN 978 90 450 0372 6), pp. 146
- ↑ Geert Mak, In Europa (Amsterdam/Antwerpen: Atlas, 2004, ISBN 978 90 450 0372 6), pp. 167
- ↑ W. Duranty, SOVIET CONGRESS IN TEARS; Mass Hysteria Only Averted by a Leader's Brusque Intervention, in New York Times (23 januari 1924), p. 1.
- ↑ ‘Laatste testament’: brieven aan het congres (1922-1923, eerst gepubliceerd in 1956, Nederlandse vertaling).
| Tijdlijn leiders Sovjet-Unie | ||||||||||||
|
|
||||||||||||
| Partijleiders van de Sovjet-Unie en staatshoofden van Rusland |
|---|
|
Sovjet-Unie: Vladimir Lenin · Leon Trotski · Jozef Stalin · Nikita Chroesjtsjov · Leonid Brezjnev · Joeri Andropov · Konstantin Tsjernenko · Michail Gorbatsjov |


