Babyboom (term)

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie

Ga naar: navigatie, zoeken
Aantal levendgeborenen in Nederland (bron: CBS)

Babyboom is een demografische term, waarmee verwezen wordt naar de geboortegolf die in veel West-Europese landen en de Verenigde Staten optrad vlak na de Tweede Wereldoorlog. Ook in Nederland trad een geboortegolf op: met name in 1946 en 1947, maar ook in de twintig jaar daarna, werden aanzienlijk meer kinderen geboren dan in de perioden ervoor en erna (zie figuur met het absolute aantal geboren kinderen, ook het geboortecijfer was echter hoger). De babyboom betreft overigens een tijdelijke opleving van het geboortecijfer, dat al dalende is vanaf 1880.

De babyboom heeft anno 2008 nog steeds grote gevolgen voor de samenstelling van de bevolking. Zo kampen veel westerse landen met een vergrijzende bevolking, wat de financiering van de sociale-zekerheidstelsels in die landen bedreigt.

[bewerken] Babyboomers

De mensen die geboren zijn tussen (grofweg) 1945 en 1955 worden doorgaans aangeduid als Babyboomers. Deze generatie heeft een aantal gemeenschappelijke ervaringen. Ze maakte kennis met de stijgende naoorlogse welvaart, en ging studeren in de woelige periode tussen 1965 en 1975.

Mensen die geboren zijn tussen 1955 en 1965 worden ook wel tot de babyboom-generatie gerekend, omdat rond 1965 een duidelijk omslagpunt werd bereikt in het aantal levendgeborenen (zie figuur). Ook zij groeiden op een periode van relatieve welvaart, tot in de eerste helft van de jaren tachtig politiek sterk werd ingezet op bezuinigingen in de publieke sector.

De term babyboomers wordt vaak pejoratief gebruikt. Pim Fortuyn (geboren in 1948) schreef het boek Babyboomers (1998), waarin hij zijn generatiegenoten verweet onverantwoord te zijn omgegaan met de maatschappelijke instituties waarover zij het beheer kregen.

 
Persoonlijke instellingen
Boek maken