De Nederlandsche Bank

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie

Ga naar: navigatie, zoeken
Hoofdkantoor van De Nederlandsche Bank aan het Frederiksplein in Amsterdam
Het voormalige gebouw van de Nederlandsche Bank aan de Oude Turfmarkt, thans Allard Pierson Museum. Foto: bmz.amsterdam.nl.

De Nederlandsche Bank NV (DNB) is de centrale bank van Nederland. De Bank is in 1814 opgericht door koning Willem I en heeft het Nederlandse monopolie op de uitgifte van bankbiljetten. De Nederlandse Staat is sinds 1948 enig aandeelhouder van de NV.

Tot Nederland in 1999 toetrad tot de Economische en Monetaire Unie stelde De Nederlandsche Bank de rentetarieven in Nederland vast. De president van de bank is kroonlid van de Sociaal-Economische Raad (SER).

Inhoud

[bewerken] Huisvesting

De Nederlandsche Bank is gevestigd te Amsterdam, aanvankelijk aan de Oude Turfmarkt, waar nu het Allard Pierson Museum is gehuisvest, en sinds 1968 in een kantoortoren aan het Frederiksplein (postadres Westeinde 1), naar een ontwerp van Marius Duintjer uit 1961. Dit gebouw staat op de plaats van het vroegere Paleis voor Volksvlijt dat in 1929 afbrandde. Toen de kantoortoren te klein werd, is er een ronde kantoortoren tegenaan gebouwd.

[bewerken] De bankwet van 1998

In 1999 werd de DNB onderdeel van het Europees Stelsel van Centrale Banken.

De Nederlandsche Bank (DNB) is door de wijziging van de Bankwet in 1998 formeel bestuurlijk geheel onafhankelijk geworden van de staat. De Staat is nog wel aandeelhouder. Deze wijziging was noodzakelijk opdat DNB toe kon treden tot het Europees Stelsel van Centrale Banken. Feitelijk betekent het de volledige overdracht aan de Europese Centrale Bank, waardoor Nederland niet zelf meer de gelduitgifte kan regelen.

Artikel 104 van het Verdrag van Maastricht uit 1992 bepaalt daarnaast ondubbelzinnig: "De centrale bank is in het geheel niet gehouden om de regering van krediet te voorzien, de centrale bank kan niet gedwongen worden zulk een krediet te verschaffen". Door deze Europese wet is de ECB feitelijk een kopie geworden van de Amerikaanse Federale Reserve (FED).

De Nederlandse regering kan nu alleen aan geld komen door dit te lenen van particuliere banken. Samen met die volledige overdracht van DNB aan de Europese Centrale Bank (ECB) is het voor Nederland sinds 1998 totaal onmogelijk om schuldloos zijn eigen economie van geld te voorzien. Nederland kan sinds de bankwet van 1998 niet meer zelfstandig de hoeveelheid geld in omloop regelen.

DNB is een naamloze vennootschap die als zelfstandig bestuursorgaan deel uit maakt van het Europees Stelsel van Centrale Banken (ESCB). Het dagelijkse bestuur is in handen van de directie. De DNB kent naast een Raad van Commissarissen, onder voorzitterschap van drs. J.F. van Duyne, de Bankraad onder voorzitterschap van prof. drs. P. Bouw.

De Nederlandse staat is de enige aandeelhouder van de Nederlandsche Bank. De bijeenkomsten en notulen van DNB aandeelhoudersvergaderingen zijn verder strikt geheim.

[bewerken] Fusie

Per 30 oktober 2004 fuseerde de Bank met de Pensioen- en Verzekeringskamer (die voor 2001 de naam Verzekeringskamer had).

[bewerken] Kerncijfers

Als grote N.V. brengt De Nederlandsche Bank jaarlijks in maart zijn jaarcijfers uit. In 2008 bedroeg de netto winst 1.411 miljoen euro. Er werd gewerkt voor 1.498 fte.

[bewerken] Presidenten

Aan het hoofd van de DNB staat een president.

Het is bekend dat DNB's huidige President meer verdient dan die van de Europese Centrale Bank en de Amerikaans Federal Reserve. Volgens het jaarverslag van DNB ontving Wellink in 2008 een salaris van 402.515 euro.

Bovendien bestaat het aantal van 19 functionarissen bij DNB dat meer verdient dan Balkenende uit de vijfkoppige directie en de laag eronder van divisiedirecteuren.

[bewerken] Externe link

 
Persoonlijke instellingen
Boek maken