Economie van Nederland

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie

Ga naar: navigatie, zoeken

Nederland is een welvarend land met een open economie, die zwaar leunt op buitenlandse handel. De economie wordt getypeerd door stabiele verhoudingen, gematigde inflatie, een gezond financieel beleid en door zijn belangrijke rol als Europese transportader. Voedselverwerking, chemie, olieraffinage en de fabricage van elektrische apparaten zijn de belangrijkste industriële activiteiten.

In de intensieve, gemechaniseerde land- en tuinbouw werkt weliswaar slechts 4% van de Nederlandse beroepsbevolking , maar er worden door de sector enorme hoeveelheden voedsel voor de voedselverwerkingsindustrie en de export geproduceerd. Na de Verenigde Staten en Frankrijk is Nederland het derde exportland op het gebied van land- en tuinbouwproducten. Over de gehele linie bekeken is Nederland de tiende economie van de wereld, na de 'grootmachten' als (willekeurige volgorde) Canada, V.S, U.K., Japan en dergelijke.

De Nederlandse economie is vanaf eind jaren 90 3% of meer gegroeid. Vanaf eind 2000/begin 2001 is sprake van enige vermindering van groei, met name van de e-commerce markt. De algemene dalende lijn heeft zich doorgezet na de terroristische aanslagen in New York op 11 september 2001 (zie 2001). Vooral luchtvaartmaatschappijen en bijbehorende sectoren zijn wereldwijd zwaar getroffen; ook de Nederlandse luchtvaartmaatschappijen leden verlies.

Het nieuwe belastingstelsel dat begin 2001 is ingevoerd was erop gericht de hoge loonbelastingtarieven te temperen en de fiscale lasten deels over te hevelen naar consumptiegoederen en -diensten. Nederland was één van de eerste landen die het besluit aangaande de euro als Europese munteenheid heeft geratificeerd. Sinds 1 januari 2002 is de munt er het enige wettige betaalmiddel (met overgangsperiode voor inwisseling).

Inhoud

[bewerken] BNP

Inflatiepercentage van de Nederlandse economie tussen 1963 en 2008.[1]
  • Totaal: $675,419 miljard (2008)
  • Reëel groeicijfer: 1,5% (2005)
  • Per hoofd van de bevolking: koopkracht - $40.433 (2008)
  • Per economische sector:
    • Land- en tuinbouw: 2,1%
    • Industrie: 24,4%
    • Dienstensector: 73,5% (2005)
  • Inkomen per huishouden/consumptiepercentage
    • laagste 10%: 2,8% van de totale koopkracht/consumptie
    • hoogste 10%: 25,1% van de totale koopkracht/consumptie(1994)
  • Inflatiepercentage (consumentenprijzen): 1,1% (2006)
  • Totaal inflatiepercentage sept/okt 2001: 4,7%

[bewerken] Beroepsbevolking

  • Totaal 7.486 miljoen (2006) [2]
  • Beroepsverdeling: dienstensector 73%, industrie 23%, landbouw 4% (2005)
  • Werkloosheidspercentage: 3.9 (2007)

Zie ook Nederlandse bevolking

[bewerken] Budget

  • Inkomsten: $291.8 miljard
  • Uitgaven: $303.7 miljard, inclusief kapitaalinvesteringen

(2005)

[bewerken] Industrieën

landbouwindustrie, metaalindustrie en machinebouw en -installaties, fabricage van elektrische apparaten en outillage, chemische productie, olieverwerking, constructie, micro-elektronica, visvangst

Zie verder: Industrie in Nederland

[bewerken] Elektriciteit

[bewerken] Land- en tuinbouw

  • Producten:
    • granen, aardappels, suikerbieten, fruit, groenten; vee en gevogelte
  • Het Westland - glastuinbouw
  • Het Veilingwezen

Zie verder Nederland - Land- en Tuinbouw

[bewerken] Veeteelt

  • De veehouderij
  • Varkensfokkerijen
  • Zuivelproducten
  • Pluimveehouderij

[bewerken] Visserij

  • Visvangst
  • Visquota

Zie verder Nederland - Visserij

[bewerken] Export

  • Jaartotaal $365.1 miljard (f.o.b., 2005)
  • Export van goederen: machinerieën en outillage, chemicaliën, brandstoffen; voedselproducten
  • Uitvoerpartners: Duitsland 25%, België 12,4%, GB 10,1%, Frankrijk 9,9%, Italië 6%, VS 4,3%(2005)

[bewerken] Import

Jaartotaal $201.2 miljard (c.i.f., 2000)

  • Import van goederen: machinerieën en transport benodigdheden, chemicaliën, brandstoffen; voedselproducten, kleding
  • Invoerpartners: EG 56% (Duitsland 18%, België-Luxemburg 10%, GB 5%, Frankrijk 6%), US 9%, Centraal- en Oost-Europa (2000)
  • Schuldenlast (extern): $0
  • Economische hulp: ODA, $3,5 miljard (2000)

[bewerken] Munteenheid

  • euro (EUR).
    • opmerking: op 1 januari 1999 introduceerde de Europese Gemeenschap de euro als gemeenschappelijke munteenheid. De waarde is toen vastgesteld op 2,20371 Nederlandse gulden per euro. Per 1 januari 2002 werd de euro voor alle transacties wettig betaalmiddel.
  • Wisselkoersen: euro per US dollar - 1,420 (Juli 2009), 1,0659 (Januari 2001), 1,0854 (2000), 0,9386 (1999); Nederlandse gulden per US dollar - 1,9837 (1998), 1,9513 (1997), 1,6859 (1996)
  • Fiscaal jaar: kalenderjaar

Voor transportzaken zie Nederland - Transport Meer over Nederland op Nederland

[bewerken] Bronnen, noten en/of referenties

Bronnen, noten en/of referenties:

 
Persoonlijke instellingen
Boek maken