Kabinet-Balkenende IV
Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
| Kabinet-Balkenende IV | |
|
|
|
| Coalitie | CDA, PvdA, ChristenUnie |
| Zeteltal TK | 80 zetels (41 + 33 + 6) |
| Premier | Jan Peter Balkenende |
| Beëdiging | 22 februari 2007 |
| Voorganger | Balkenende III |
| Overzicht kabinetten | |
Het kabinet-Balkenende IV is het huidige Nederlandse kabinet, bestaande uit de politieke partijen CDA, PvdA en ChristenUnie. Het kabinet staat onder leiding van premier Jan Peter Balkenende en werd beëdigd op 22 februari 2007, na de Tweede Kamerverkiezingen van 22 november 2006 en de daaropvolgende kabinetsformatie.
Inhoud |
[bewerken] Verloop
De Partij voor de Vrijheid (PVV) maakte nog voor het aantreden van de nieuwe bewindspersonen bezwaar tegen de staatssecretarissen van Justitie en Sociale Zaken en Werkgelegenheid omdat die allebei beschikten over een dubbele nationaliteit (Nederlandse en Turkse respectievelijk Marokkaanse), waarbij deze volgens de PVV hun buitenlandse paspoort zouden moeten opgeven omdat ze een voorbeeldfunctie zouden hebben en de PVV loyaliteitsproblemen zag. Uniek was dat op donderdag 1 maart 2007 tijdens het debat over de regeringsverklaring door de PVV een motie van wantrouwen werd ingediend tegen Nebahat Albayrak en Ahmed Aboutaleb. Deze motie werd niet door andere partijen gesteund.
Het kabinet besteedde de eerste honderd dagen van de regeerperiode grotendeels aan het rondreizen door het land, om in contact te treden met maatschappelijke organisaties; dit tot ergernis van de parlementaire oppositie, die (in de woorden van D66-fractievoorzitter Alexander Pechtold) 'buitenspel' meende te staan. Nieuw beleid werd pas gepresenteerd op Prinsjesdag (18 september 2007) en werd effectief in 2008; tot die tijd was Balkenende IV op het gebied van wetgeving en beleid vooral een de facto voortzetting van Balkenende III.
Het idee voor een ontmoetingscampagne zoals de honderd-dagenperiode werd al in 2002 geopperd door toenmalig PvdA-leider Ad Melkert, maar niet uitgevoerd omdat de PvdA in de oppositie belandde.[1]
Een van de plannen van het kabinet heet Samenwerken aan Nederland.
[bewerken] Actualiteit
Op 22 februari 2007 heeft het kabinet in de vorm van een coalitieakkoord zijn plannen gepresenteerd. Het coalitieakkoord is de leidraad voor de bewindslieden in het kabinet en is gesloten door de drie politieke partijen die met elkaar de regering vormen. Het kabinet werkt de hoofdlijnen uit het akkoord de komende periode verder uit tot een concreet beleidsprogramma. Dit gebeurt onder meer via gesprekken in het land en op internet. Het beleidsprogramma wordt vlak voor de zomer gepresenteerd.
Op 18 december 2007 trad Cees van der Knaap, staatssecretaris op het ministerie van Defensie, af in verband met zijn benoeming tot burgemeester van Ede per 21 januari 2008. Hij werd dezelfde dag opgevolgd door zijn partijgenoot Jack de Vries.
Op 14 november 2008 trad Ella Vogelaar, Minister voor Wonen, Wijken en Integratie, af nadat zij het vertrouwen van haar partij, de Partij van de Arbeid, had verloren. Zij werd dezelfde dag opgevolgd door haar partijgenoot Eberhard van der Laan.
Op 18 december 2008 trad Ahmed Aboutaleb, staatssecretaris op het Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid, af in verband met zijn benoeming tot burgemeester van Rotterdam per 1 januari 2009. Hij werd dezelfde dag opgevolgd door zijn partijgenoot Jetta Klijnsma.
[bewerken] Samenstelling
Het kabinet bestaat uit de volgende ministers en staatssecretarissen:
[bewerken] Ministers
Het kabinet-Balkenende IV telt 16 ministers: 8 van het CDA, 6 van de PvdA en 2 van de ChristenUnie.[2] De ministers voor Ontwikkelingssamenwerking, voor Wonen, Wijken en Integratie en voor Jeugd en Gezin zijn minister zonder portefeuille, waarbij de laatste twee ook wel programma-ministers worden genoemd.
[bewerken] Staatssecretarissen
Het kabinet Balkenende IV telt elf staatssecretarissen: 4 van het CDA, 6 van de PvdA en 1 van de ChristenUnie. Dat is één meer dan onder het kabinet-Balkenende II. De departementen Binnenlandse Zaken en Justitie hebben weer een staatssecretaris, waar in de voorgaande kabinetten zaken door een minister zonder portefeuille werden geregeld. De staatssecretaris op VROM is komen te vervallen na de instelling van de minister voor Wonen, Wijken en Integratie.
| Ministerie | Beleidsterrein | Staatssecretaris | Partij | Opmerking(en) | |
|---|---|---|---|---|---|
| Binnenlandse Zaken | Financiën lagere overheden, provincies en gemeenten, publieke dienstverlening, persoonsgegevens, Koninkrijksrelaties en verkiezingsproces | Ank Bijleveld (1962) | CDA | ||
| Defensie | Personeel en materieel | Cees van der Knaap (1951) | CDA | afgetreden op 18 december 2007 in verband met benoeming tot burgemeester van Ede per 21 januari 2008 | |
![]() |
Jack de Vries (1968) | CDA | vanaf 18 december 2007 | ||
| Financiën | Belastingen (Fiscale Zaken) | Jan Kees de Jager (1969) | CDA | ||
| Justitie | Vreemdelingenzaken en TBS-beleid | Nebahat Albayrak (1968) | PvdA | ||
| Onderwijs | Voortgezet onderwijs en middelbaar beroepsonderwijs | Marja van Bijsterveldt (1961) |
CDA | ||
| Basisscholen en kinderopvang | Sharon Dijksma (1971) | PvdA | |||
| Sociale Zaken en Werkgelegenheid | Arbeidsmarktbeleid, Werk en Bijstand, leer- en werkplicht en sociale werkvoorzieningen | Ahmed Aboutaleb (1961) | PvdA | afgetreden op 18 december 2008 in verband met benoeming tot burgemeester van Rotterdam per 1 januari 2009 | |
![]() |
Jetta Klijnsma (1957) | PvdA | vanaf 18 december 2008 | ||
| Verkeer en Waterstaat | Waterbeleid, KNMI en stads- en streekvervoer | Tineke Huizinga (1960) | ChristenUnie | ||
| Volksgezondheid, Welzijn en Sport | Maatschappelijke ondersteuning, verpleging en verzorging, sociaal beleid, ouderen, sport, medisch-ethische vraagstukken, biotechnologie en oorlogsgetroffenen | Jet Bussemaker (1961) | PvdA | ||
| Staatssecretarissen die zich in het buitenland "minister" mogen noemen | |||||
| Buitenlandse Zaken | Europese Zaken | Frans Timmermans (1961) | PvdA | ||
| Economische Zaken | Buitenlandse Handel; MKB, Toerisme, Telecom, ICT [3] |
Frank Heemskerk (1969) | PvdA | ||
[bewerken] Kabinetsformatie
| Nederlandse Politiek |
|
|
| Grondwet • Statuut |
Nederlandse regering
|
| Staten-Generaal |
| Hoge Raad |
| Overige Hoge Colleges van Staat |
| Decentrale overheden |
| Buitenlands beleid |
Na de Tweede Kamerverkiezingen op 22 november 2006 ging de kabinetsformatie van start met een verkenning onder leiding van informateur Rein Jan Hoekstra, die uitwees dat een kabinet CDA-PvdA-SP niet mogelijk was. Op 3 januari 2007 begonnen, onder leiding van informateur Herman Wijffels, onderhandelingen over een coalitie CDA-PvdA-ChristenUnie die resulteerden in een regeerakkoord[4], waar de fracties van de drie partijen op 6 februari 2007 mee instemden. Op 9 februari benoemde koningin Beatrix Jan Peter Balkenende tot formateur, waarmee de personele invulling van dit kabinet officieel begon.[5] Op donderdagmiddag 22 februari beëdigde de koningin het nieuwe kabinet, na het constituerend beraad op donderdagochtend.[6]
- Ontslag vorig Kabinet (Kabinet Balkenende III): 22 november 2006
- Beëdiging kabinet: 22 februari 2007
- Duur formatie: 91 dagen, exact drie maanden
- Informateur: Rein Jan Hoekstra (CDA), 26 dagen
- Informateur: Herman Wijffels (CDA), 50 dagen
- Formateur: Jan Peter Balkenende (CDA), 12 dagen
[bewerken] Motto
Het regeerakkoord draagt het motto: 'Samen werken, samen leven.'[7] In het regeerakkoord zegt de coalitie dat het gaat om samenwerking voor "groei, duurzaamheid, respect en solidariteit".
Op 7 februari presenteerden de onderhandelaars Balkenende, Bos en Rouvoet het akkoord aan het publiek. Ze willen een "samenleving waarin de overheid grenzen stelt", en zullen werken aan "een beter Nederland" waarin de overheid "mensen als bondgenoot tegemoettreedt". De coalitie zal "investeren in mensen" en bouwen aan "vertrouwen in elkaar en in de toekomst".
Het regeerakkoord is voor het CDA de noodzakelijke tweede fase na de jaren van hervormingen. Overleg met het maatschappelijk middenveld is de kern van de nieuwe houding. Zoals Balkenende zei in de regeringsverklaring: "Er is een solide financiële basis. De sociale zekerheid is over een reeks van jaren hervormd (...). Het is nu tijd om samen te werken aan en te investeren in de toekomst. Om bestaande verbanden te verstevigen en nieuwe verbanden te ontdekken en te ontwikkelen. "
[bewerken] Programmaministers
Tijdens de informatie- en formatieperiode van het Nederlandse kabinet-Balkenende IV was er sprake van om het aantal ministers terug te brengen of om een kernkabinet te vormen. Een beperkt aantal ministers zouden sector-overstijgend moeten werken (beleidssectorbundeling), daarbij ondersteund door een groter aantal staatssecretarissen. Dit voorstel heeft het niet gehaald; wel zijn er twee programma-ministers benoemd. Dit zijn ministers zonder ministerie. Net als ministers zonder portefeuille ressorteren zij onder een ander ministerie; zij hebben echter wel een eigen portefeuille. In casu: Wonen, Wijken en Integratie en Jeugd en Gezin. Naast deze twee programmaministers zit in het kabinet-Balkenende IV een derde minister zonder ministerie, namelijk de minister voor Ontwikkelingssamenwerking. Dit is een meer gebruikelijke minister zonder portefeuille.
N.B. een en ander in tegenstelling tot een projectminister -die vooralsnog niet benoemd is- en alleen voor een bepaald beleidsproject (of soms tijdelijk) zou kunnen worden aangesteld, zoals in het verleden gebeurde voor de voorbereidingen van het jaar 2000 met betrekking tot het niet te voorspellen Millenniumprobleem.
[bewerken] Trivia
- Een relatief groter aandeel bewindspersonen is afkomstig uit de provincie Limburg en wordt bijgevolg ook wel als de 'Limburgse connectie' gezien. Te weten: op BuZa minister Maxime Verhagen (CDA) uit Maastricht en Europese Zaken Frans Timmermans (PvdA) uit Heerlen; op V&W Camiel Eurlings (CDA) uit Valkenburg aan de Geul; en op EZ Maria van der Hoeven (CDA) uit Meerssen/Maastricht.
- Het feit dat de minister-president en de beide vice-premiers alle drie gestudeerd hebben aan de (toen nog gereformeerde) Vrije Universiteit, en dat veel kabinetsleden behoren tot een gereformeerd kerkgenootschap, zorgt af en toe voor spot in seculiere media.
- Het kabinet-Balkenende IV bevat de eerste openlijk lesbische minister van Nederland; Gerda Verburg (CDA) op Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit.
- Minister van VWS Ab Klink woont net als Balkenende in Capelle aan den IJssel.
- Staatssecretaris van Financiën Jan Kees de Jager is net als Balkenende geboren in de Zeeuwse gemeente Kapelle.
- Dit is de eerste maal, dat één van de zogenaamde kleine christelijke partijen (ChristenUnie en SGP) op nationaal niveau bestuurlijke verantwoordelijkheid draagt.
- Balkenende is de eerste premier sinds 1939 met een vierde kabinet dat zijn naam draagt.
- Omdat innovatie, volgens de regering, om een langdurige inspanning vraagt heeft ook het vierde kabinet Balkenende in 2007 opnieuw een innovatieplatform opgericht voor de lopende kabinetsperiode.[8]
- In het regeerakkoord was vastgelegd géén onderzoek te zullen instellen naar de informatie die aanleiding was tot het besluit van het demissionair Kabinet-Balkenende I "politieke steun" te verlenen aan de invasie van Irak in maart 2003.
[bewerken] Alsnog onderzoek Irakoorlog?
Het uitgangspunt, dat er geen onderzoek zou komen naar de besluitvorming rond de Nederlandse politieke steun aan de Irakoorlog, zou begin 2007 onder druk komen te staan. In een publicatie in NRC Handelsblad op zaterdag 17 januari 2009 werd gesteld dat een kritische ambtelijke notitie van juristen van het ministerie van Buitenlandse Zaken zou zijn genegeerd. Het betrof een intern memorandum met het kenmerk DJZ/IR/2003/158 (DJZ staat voor de Directie Juridische Zaken; IR staat voor Internationaal Recht).
De krant meldde dat de ambtelijke top van Buitenlandse Zaken in april 2003 dit kritisch juridisch advies over de Nederlandse politieke steun aan de inval in Irak zou hebben achtergehouden voor de toenmalige minister Jaap de Hoop Scheffer. In het betreffende geheime memorandum van 29 april 2003 stelde de Directie Juridische Zaken (DJZ) van het ministerie dat de juridische onderbouwing van het standpunt van het toenmalige kabinet-Balkenende "zowel materieel als procedureel tekort" zou schieten. Volgens de inschatting van de juristen zou Nederland zelfs een eventuele procedure voor het Internationaal Gerechtshof erover verliezen.
- Een expliciet VN-mandaat voor de oorlog, die de Verenigde Staten en Groot-Brittannië begonnen, ontbrak immers. De gedachtegang van het toenmalige Kabinet-Balkenende I, dat uit eerdere resoluties van de Veiligheidsraad deze toestemming viel af te leiden, werd in het memorandum gekwalificeerd als "juridische gymnastiek": het aan elkaar knopen van resoluties met betrekking tot de Golfoorlog 1990-1991 (na de bezetting door Irak van Koeweit in 1990) met als doel een volgende oorlog te kunnen beginnen. Wanneer landen dat zouden gaan doen, zouden dergelijke resoluties nooit meer tot stand komen. Uitzonderingen dienen procedureel en materieel volkomen duidelijk te zijn. Het was dus uitsluitend aan de Veiligheidsraad ter beoordeling of Irak zich aan zijn plichten hield en of er na vastgesteld verzuim met geweld mocht worden gereageerd. Politieke redeneringen die uitgaan van een impliciete toestemming zouden rampzalige gevolgen hebben. Indien lidstaten gaan "shoppen" in resoluties van de Veiligheidsraad is het einde zoek, aldus het memorandum, en zou Nederland een essentieel ijkpunt voor zijn buitenlands beleid kwijt zijn.
Frank Majoor, de toenmalige secretaris-generaal van het departement, besloot de notitie niet door te sturen aan minister De Hoop Scheffer, aan wie deze gericht was. "Goed opbergen in de archieven voor het nageslacht, de discussie is hiermee voor dit moment gesloten!", werd op het memo geschreven [9] [10].
In de politiek werd ontstemd gereageerd op de onthulling. De oppositie en ook de regeringspartij PvdA opperde dat er alsnog een onderzoek moest worden ingesteld naar de besluitvorming destijds, eventueel een parlementaire enquête. Premier Balkenende zei "zich te zullen informeren" over het voor hem onbekende memorandum. Tweede Kamerlid Martijn van Dam (PvdA) noemde het "onbegrijpelijk" en "schokkend" dat het "voortreffelijke memo" destijds niet naar de minister was gestuurd.
Kamerlid Joël Voordewind (ChristenUnie) wilde met de coalitiepartners overleggen over "vervolgstappen" als de antwoorden van het kabinet onvoldoende zouden blijken. Het CDA wilde de antwoorden afwachten. VVD, SP en D66 stelden schriftelijke vragen aan het kabinet. De partijen stelden dat het memorandum bekend had moeten zijn bij De Hoop Scheffer.
Minister Donner zei in het tv-programma Buitenhof dat de volkenrechtelijke aspecten zouden zijn meegewogen: er waren destijds "geen doorslaggevende argumenten tegen de politieke steun". D66-fractievoorzitter Alexander Pechtold pleitte opnieuw voor een parlementaire enquête. Hij concludeerde dat "blijkbaar iedereen nu zijn eigen geschiedenis aan het schrijven is, want Donners opmerking dat deze juridische bezwaren zijn meegewogen, wijken essentieel af van de officiële lijn tot nu toe. Daar had Balkenende het steeds over sluitend juridisch bewijs."
Vanuit de Eerste Kamer werd eveneens verbaasd gereageerd op Donners uitspraken. GroenLinks-senator Britta Böhler noemde het "heel vreemd" dat het kabinet altijd had gesproken over een goede rechtsbasis: "Waar kwam die dan vandaan? In ieder geval niet van de ambtenaren die er binnen het overheidsapparaat verstand van hebben, de volkenrechtjuristen op BZ."
PvdA-senator Klaas de Vries noemde het memo "schokkend, vooral omdat er enorme strijdigheden zitten tussen de opmerkingen van de premier over de juridische degelijkheid van het Nederlandse standpunt en wat de BZ-juristen daar van vonden" [11] [12].
- Omdat de Irakoorlog in 2003 gericht was op het ten val brengen van de Irakese dictator Saddam Hoessein en het opsporen en uitschakelen van vermoede massavernietigingswapens werd de legitimiteit ervan betwist: deze had een ánder volkenrechtelijk karakter dan de Golfoorlog (1990-1991), die namelijk een reactie was op de invasie van Koeweit: volgens het volkenrecht is het voeren van een aanvalsoorlog niet geoorloofd, het voeren van een oorlog ter verdediging daartegen of in reactie daarop wel. Dit is het VN-verbod op het gebruik van of de dreiging met geweld door en tegen soevereine staten: een fundamenteel verbod dat alle lidstaten bindt. Daarvan zou nooit afgeweken mogen worden, tenzij er sprake zou zijn van zelfverdediging of van een uitdrukkelijke toestemming van de Veiligheidsraad.
[bewerken] Zie ook
Bronnen, noten en/of referenties:
- ↑ Praten met de burger, niet met de Kamer, NRC Handelsblad, 27 maart 2007
- ↑ Kabinet-Balkenende IV, Regering.nl
- ↑ Precieze portefeuille-indeling (en verschuiving) na constituerend beraad 22 febr. 2007 / EZ: DutchMedia Weblog, David de Jong, 26 feb 2007, 19:28 uur
- ↑ Coalitieakkoord tussen CDA, PvdA en ChristenUnie, Rijksvoorlichtingsdienst, 7 feb 2007
- ↑ Balkenende benoemd tot formateur, NOS.nl, 9 feb 2007
- ↑ Nieuw kabinet wordt beëdigd op 22 februari, Rijksvoorlichtingsdienst, 19 feb 2007
- ↑ Kabinet: 'Samen werken, samen leven', NOS.nl, 7 feb 2007
- ↑ Brief van minister-president Balkenende aan de Tweede Kamer d.d. 20 april 2007
- ↑ Joost Oranje Buitenlandse Zaken hield kritisch Irak-advies achter; Juridische onderbouwing van politieke steun aan Amerikaans-Britse inval zorgde in 2003 voor strijd op ministerie, in NRC Handelsblad 17 januari 2009, pag.1
- ↑ Joost Oranje Memorandum DJZ/IR/2003/158; Juristen van Buitenlandse Zaken achtten Irak-oorlog van meet af aan onwettig, in NRC Handelsblad zaterdag 17 januari 2009, Zaterdags Bijvoegsel pag.6/7
- ↑ Kamer wil opheldering Donner: volkenrecht is wel meegewogen in NRC Handelsblad maandag 19 januari 2009, pag.1
- ↑ Hanneke Keultjes Memo over Irak weggestopt; Notitie Buitenlandse Zaken duikt na jaren op en kwelt de premier, in Het Parool, maandag 19 januari 2009
| Wikinews heeft een nieuwsartikel over dit onderwerp: Bewindslieden Kabinet-Balkenende IV bekend. |
Schimmelpenninck · De Kempenaer/Donker Curtius · Thorbecke I · Van Hall/Donker Curtius · Van der Brugghen · Rochussen · Van Hall/Van Heemstra · Van Zuylen van Nijevelt/Van Heemstra · Thorbecke II · Fransen van de Putte · Van Zuylen van Nijevelt · Van Bosse/Fock · Thorbecke III · De Vries/Fransen van de Putte · Heemskerk/Van Lynden van Sandenburg · Kappeyne van de Coppello · Van Lynden van Sandenburg · Heemskerk Azn. · Mackay · Van Tienhoven · Röell · Pierson · Kuyper · De Meester · Heemskerk · Cort van der Linden · Ruijs de Beerenbrouck I · Ruijs de Beerenbrouck II · Colijn I · De Geer I · Ruijs de Beerenbrouck III · Colijn II · Colijn III · Colijn IV · Colijn V · De Geer II · Gerbrandy I · Gerbrandy II · Gerbrandy III · Schermerhorn/Drees · Beel I · Drees/Van Schaik · Drees I · Drees II · Drees III · Beel II · De Quay · Marijnen · Cals · Zijlstra · De Jong · Biesheuvel I · Biesheuvel II · Den Uyl · Van Agt I · Van Agt II · Van Agt III · Lubbers I · Lubbers II · Lubbers III · Kok I · Kok II · Balkenende I · Balkenende II · Balkenende III · Balkenende IV

