Kabinet-Den Uyl

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie

(Doorverwezen vanaf Kabinet Den Uyl)
Ga naar: navigatie, zoeken
Kabinet-Den Uyl
Afbeelding:ZetelsDenUyl.svg
Coalitie PvdA, KVP, ARP, PPR, D66
Zeteltal TK 43 + 27 + 14 + 7 + 6 = 97
Premier Joop den Uyl
Beëdiging 11 mei 1973
Demissionair 22 maart 1977
Ontslagdatum 19 december 1977
Voorganger Biesheuvel II
Opvolger Van Agt I
Overzicht kabinetten

Het kabinet-Den Uyl was het Nederlands kabinet van 11 mei 1973 tot 19 december 1977 (demissionair vanaf 22 maart 1977). De vorming van het kabinet Den Uyl was het gevolg van de progressieve samenwerking in Nederland in de jaren '70.

Inhoud

[bewerken] Verloop

Het kabinet-Den Uyl was een bijzonder kabinet. Dat kwam niet alleen door de uitstraling van de naamgever en van de vele andere bewindslieden, maar ook omdat dit kabinet de overgang naar een andere manier van politiek bedrijven markeerde. Daarnaast kwamen de diverse karakters binnen dit kabinet regelmatig openlijk met elkaar in conflict. Met name de hemelbestormende stijl van premier Den Uyl botste met het schijnbaar plooibare "blok beton verstopt achter een bloemetjesgordijn" van zijn vicepremier Van Agt. Voor parlementaire journalisten waren dit gouden tijden. Er gebeurde altijd wel wat.

De formatie van het kabinet verliep op zich al heel moeizaam. De verstandhouding tussen PvdA en de christendemocratische partijen (ARP, KVP en CHU) was beladen. Dat kwam door een aantal gebeurtenissen uit het verleden zoals de Nacht van Schmelzer en de polariserende opstelling van de PvdA. Uiteindelijk kwam het kabinet er doordat de PvdA-formateur Burger een aantal ARP en KVP politici wist te overreden om in het Kabinet zitting te nemen. Het kabinet rustte daardoor niet op een regeerakkoord maar werd gedoogd door de KVP en ARP. Het kan daarom een extraparlementair kabinet genoemd worden.

De CHU, die samen met ARP en KVP samenwerkte om het toekomstige CDA tot stand te brengen, kwam hierbij buitenspel te staan. De demissionaire ARP minister-president Barend Biesheuvel was totaal verrast door de totstandkoming van het kabinet.

Een aantal van de affaires in de historie van het kabinet:

  • De verstandhouding tussen Den Uyl en Van Agt. Een voorbeeld: het kabinet nam een besluit in de afwezigheid van Van Agt en die reageerde dan weer voor de TV-camera dat hij van niets wist etc.
  • De minister van defensie Vredeling die in een vraaggesprek met Bibeb opmerkte dat Marcel van Dam hem had gewaarschuwd voor dit interview en 'ik heb toch vaak de neiging enfant terrible te zijn', en vervolgens: en als ik [NAVO-secretaris-generaal Luns] nog één keer voor mijn voeten krijg, schop ik hem de goal in", en zijn ambtgenoten typeerde als "die corpsbal" (Jan Pronk) en "die met dat bekkie" (Max van der Stoel). Vredeling moest op het matje komen bij de premier en zijn verontschuldigingen aanbieden.
  • Vredeling en de aanschaf van de straaljager F-16. Het PvdA-congres was tegen de aanschaf, maar Vredeling (zelf PvdA) zei: "congressen kopen geen vliegtuigen", en drukte de aanschaf door.
  • Vredeling was op het moment dat de contracten voor de aanschaf van de F16 moesten worden ondertekend, onvindbaar voor zijn secretaris-generaal Peijnenburg en voor staatssecretaris Stemerdink. Achteraf bleek hij een vrije (vrijdag)ochtend te hebben genomen, en in gezelschap van een journalist van het ANP en van Ernst Bakker, fractiemedewerker van D66, enkele Leidse horecagelegenheden te hebben bezocht. Toen hij vanuit een Leids café zijn zoekende secretaris-generaal voorbij zag gaan, sprak hij de woorden: "Kijk nou eens, daar gaat Gerard Peijnenburg, die is zeker op weg naar het Legermuseum." Hij tekende de contracten uiteindelijk bij het ANP.
  • Van Agt en de sluiting van de abortuskliniek Bloemenhove in Heemstede; zijn collega-minister van Volksgezondheid Irene Vorrink roept openlijk op tot verzet tegen deze sluiting.
  • Van Agt en de pornobioscoop, waarbij hij de grens van het toelaatbare legde bij een maximum van 49 zitplaatsen.
  • Van Agt die in conflict komt met zijn staatssecretaris Jan Glastra van Loon, die uiteindelijk moest aftreden omdat hij zich kritisch had uitgelaten over de samenwerking met zijn ambtenaren.
  • Regeringspartij D66 die in de regeerperiode door een diepe crisis gaat en veel aanhang verliest.
  • Den Uyl die thuis door zijn vrouw Liesbeth werd aangesproken, omdat zij vond dat hij Van Agt harder aan moest pakken.
  • De VVD-oppositieleider Hans Wiegel die riep dat de bewindslieden vechtend over straat rolden. Dat was niet letterlijk het geval, maar veel scheelde het niet.
  • KVP-minister en latere eerste minister Lubbers die regelmatig met slaande deuren uit de ministerraad vertrok.
  • Uitspraken van formateur Burger waarin het maken van afspraken met confessionelen werd vergeleken met 'het vangen van scheten met een schepnetje'.
  • Hans Gruyters,minister van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieu die zich bij de christen-democraten minder geliefd maakte door de uitspraak: “Als ik een christen-democraat een hand geef, tel ik altijd even mijn vingers na. Want we hebben het dan toch over tweeduizend jaar onbetrouwbaarheid.” Samen met de twee staatssecretarissen op zijn ministerie, Marcel van Dam en Jan Schaeffer, was Gruyters ook regelmatig in een cafe te vinden. Het bleef dan niet bij één borreltje. De volgende dag sprak hij dan de kamer toe of beantwoordde vragen, veelal uit zijn hoofd. Sommige kamerleden vonden dat wat hooghartig overkomen. Toen voorzitter Vondeling had laten weten dat dit sommige leden ergerde, nam hij een blanco papier om daarvan zogenaamd voor te lezen.
  • Gruyters die tijdens de vergaderingen van de ministerraad bij bepaalde agendapunten een boek zat te lezen. Toen premier den Uyl hem hierover aanspraak, was zijn reactie: Anders dan u, mijnheer de voorzitter, kan ik wel twee dingen tegelijk doen, ik luister met met mijn ogen Toen de rust in de ministerraad was terug gekeerd bleek dat Jan Pronk, in slaap was gevallen, vermoeid na een buitenlandse reis.
  • De oliecrisis. En het besluit tot een autoloze zondag.
  • De Lockheed-affaire, waarin Den Uyl algemeen geprezen werd om zijn behandeling ervan, die voorkwam dat Juliana aftrad. Maar Marcel van Dam was na het besluit om geen strafrechtelijke vervolging in te stellen tegen prins Bernhard van plan zijn ontslag aan te bieden. Na een indringend gesprek met premier Den Uyl zag hij hiervan af.
  • De affaire Menten. Pieter Menten was een oorlogsmisdadiger, die in eerste instantie aan vervolging wist te ontkomen. De PvdA-fractie haalde minister van Justitie Van Agt, tevens de eerste CDA-lijsttrekker, in de Tweede Kamer hierover keihard onderuit. Van Agt was hierdoor beledigd. Dit was de opmaat voor de val van het kabinet.

Al deze zaken en incidenten leidden er toe dat bereidheid tot samenwerking tussen PvdA en het tijdens de kabinetsperiode opgerichte CDA (met oppositiepartij CHU erbij!) voor een aantal jaren bijzonder problematisch werd.

[bewerken] Samenstelling

Het kabinet bestond uit de volgende ministers en staatssecretarissen:

[bewerken] Ministers

[bewerken] Zonder portefeuille

  • Minister zonder Portefeuille belast met de ontwikkelingssamenwerking, (met ingang van 25 juli 1973 aangeduid met: minister voor Ontwikkelingssamenwerking), Jan Pronk (PvdA)
  • Minister zonder Portefeuille belast met het wetenschapsbeleid, (met ingang van 25 juli 1973 aangeduid met: minister voor Wetenschapsbeleid), Boy Trip (PPR)

[bewerken] Staatssecretarissen

[bewerken] Kabinetsformatie

De kabinetsformatie verliep als volgt:

[bewerken] Reden ontslagaanvraag: grondpolitiek-crisis

Er bestond verschil van mening in de ministerraad over de in de Tweede Kamer in behandeling zijnde nieuwe Onteigeningswet. Het ging daarbij om de onteigening van bouwgrond in agrarische gebieden ten behoeve van woningbouw. Om grondspeculatie tegen te gaan, wilde de progressieve meerderheid in het kabinet de agrarische gebruikswaarde van de grond nemen als basis voor vergoeding bij onteigening. De verantwoordelijke ministers van landbouw en justitie echter hielden vast aan vergoeding van de marktwaarde. In het klimaat van de naderende verkiezingen lukte het niet dit meningsverschil op te lossen. Deze crisis staat bekend als de grondpolitiek-crisis.

De ministers van KVP en ARP boden op 22 maart 1977 hun ontslag aan en de ministers van PvdA, PPR en D'66 stelden hun portefeuilles ter beschikking. Op 28 maart 1977 besloot het kabinet in zijn geheel in demissionaire status aan te blijven tot aan de verkiezingen van 25 mei 1977, het eind van de parlementaire periode.


[bewerken] Bronnen, noten en/of referenties

Bronnen, noten en/of referenties:

  • Een gedeelte van de tekst op deze pagina is afkomstig van de website van het Ministerie van Algemene zaken. Onder voorwaarde dat de bron wordt vermeld, mogen onderdelen van de inhoud van website http://www.minaz.nl worden overgenomen
 
Persoonlijke instellingen
Boek maken
in andere talen