Recht van initiatief
Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Het recht van initiatief is het recht om een wetsvoorstel te doen.
[bewerken] Nederland
Het initiatief tot het doen van een voorstel van wet kan in Nederland uitgaan van de regering of (leden van) de Tweede Kamer (volgens artikel 82 van de Grondwet). Beide hebben het recht van initiatief. De Eerste Kamer heeft dit recht niet, maar de Staten-Generaal in verenigde vergadering (dus Eerste en Tweede Kamer tezamen) weer wel. In meer dan 98% van alle gevallen neemt de regering het voortouw bij de totstandkoming van een wet. Dat is niet zo gek; de regering (ministers) kunnen terugvallen op de ambtenaren van departementen om een voorstel te maken. In de Tweede Kamer moet een parlementslid een voorstel alleen maken of met een paar collega's. Kamerleden zullen vaker gebruikmaken van hun recht van amendement, ofwel het recht om wijzigingen voor te stellen in een wetsvoorstel.
[bewerken] België
In België heeft zowel de Koning, de Senaat als de Kamer van Volksvertegenwoordigers een initiatiefrecht ten aanzien van hun bevoegdheden. De Koning moet zijn initiatiefrecht steeds uitoefenen in de Kamer. De goedkeuringsprocedure is in beide kamers nog steeds een cyclus van vier fasen:
- de algemene bespreking
- de artikelsgewijze bespreking
- de artikelsgewijze stemming
- de stemming over het geheel
