Systeem (systeemtheorie)
Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Een systeem is als onderwerp van de systeemtheorie, en wordt wel gezien als een geheel van elkaar wederzijds beïnvloedende elementen die een geïntegreerd geheel vormen. Voorbeelden van dergelijke systemen zijn bijvoorbeeld:
- een complex systeem
- een Open systeem
- een classificatiesysteem als de Klimaatclassificatie van Köppen
- het Periodiek systeem
In de wetenschap heeft wordt het gebruit als aandachtsgebied van een wetenschapper, bijvoorbeeld in de thermodynamica houdt zich bezig met de eigenschappen van een systeem (thermodynamica).
Inhoud |
[bewerken] Geschiedenis
Het begrip "systeem" is van Griekse oorsprong en stond voor samenstelling. In de 17de eeuw werd het begrip ingevoerd als een collectie van geordende concepten, voornamelijk in een filosofische zin. Descartes' "Discours de la Methode" introduceerde een gecoördineerde set van regels om een coherente zekerheid te bereiken. In navolging van Descartes richtte veel filosofen zich op de ontwikkeling van een filosofisch systeem, startend vanuit enige basisstellingen.[1] In de 19de eeuw werden filosofen als Hegel en Fichte systeemdenkers genoemd ter aanduiding voor hun leer, waarin men zich rekenschap geeft van het geheel van de werkelijkheid en van het menselijk denken[2].
Naast dit "filosofisch systeem" begrip is in de 19de eeuw ook een "wetenschappelijk systeem" begrip ontstaan, waarbij het systeem duidde op het aandachtsgebied van de onderzoeker of wetenschapper. De Franse fysicus Sadi Carnot was een van de eerste, die het concept "systeem" in de natuurwetenschap toepaste in zijn studie van thermodynamica rond 1825. Carnot duidde het water in een stoommachine aan als een "werkende substantie", die in contact kon komen met een boiler, een koeling of een schoepenrad. De Duitse fysicus Rudolf Clausius generaliseerde dit beeld verder door het concept van een omgeving aan toe te voegen. In de 19de eeuwse thermodynamica ontwikkelde zich ook reeds het onderscheid in gesloten en open systemen.
Met de opkomst van het systeemdenken zijn er steeds weer nieuwe vormen van systemen gedefinieerd, zoals complex systeem, adaptief systeem en chaotisch systeem. Wetenschappelijke disciplines zijn hun kenobjecten zelf in termen van systemen gaan definiëren zoals bv het ecosysteem en de informatiesysteem.
[bewerken] Systemen en systeemdenken
Systeemdenken en systeem worden door elkaar heen gebruikt. Het verschil is echter, dat systemen over het waarneembare gaan en systeemdenken over het conceptuele. In de praktijk zijn beide echter moeilijk te scheiden, daar systemen uit het denken voortkomen en niet andersom. Systemen bestaan uit een viertal basiselementen:[3]
Uit de diverse stromingen in het systeemdenken kan volgens Hugo Meijers (2002)[3] een samengesteld en consistent raamwerk worden opgebouwd, als vertrekpunt voor de toepassing van het systeemdenken. Dit denken kan nu in drie beschouwingswijzen worden uitgewerkt: Cognitief, in de afbeelding, en in het fysieke. Systeemdenken kan hier met name worden gebruikt als "ordeningsinstrument voor het leren begrijpen hoe in dingen in de dimensie van de werkelijkheid werken en waarom ze zo werken".[3]
[bewerken] De systeemhierarchie van Boulding
De systeemleer onderkent niveaus van complexiteit van systemen. Elk niveau heeft de mogelijkheden van het vorige niveau in zich en voegt daar een of meer eigenschappen aan toe, waarmee de voorspelbaarheid van het systeem afneemt.
Totaal zijn er volgens Kenneth Ewert Boulding 9 verschillende soorten systemen:[4]
Niveau 1 is het niveau van de statische structuur, het raamwerk. Bijvoorbeeld: Landkaart: de elementen papier en inkt vormen samen een geheel die ons in staat stellen het doel "bepalen van positie" te bereiken.
Niveau 2 is het niveau van het eenvoudige dynamische systeem. Bijvoorbeeld: Klok (ook wel: planetaire stelsel): De radertjes van de klok bewegen de wijzers in een vastgesteld patroon die ons helpt het doel: "het bepalen van de tijd" te bereiken.
Niveau 3 is het niveau van de cybernetische of regelsystemen. Bijvoorbeeld: de thermostaat, die de temperatuur waarop hij is ingesteld, probeert te handhaven.
Niveau 4 is het niveau van het zelfhandhavende systeem. Bijvoorbeeld: Cel: De celwand houdt de cel bij elkaar. Binnen de cel spelen er een of meer processen van chemische aard in interactie met de omgeving af.
Niveau 5 wordt getypeerd door de Plant: Bestaat uit cellen van verschillende aard. Wortelstelsel, de stam, de bladeren en de vruchten vormen tezamen een systeem van grotere complexiteit. Het aantal functies dat systemen van het complexiteitsniveau "plant" kunnen vervullen is al nauwelijks meer te beschrijven.
Niveau 6 is het niveau van de Dier: Aan het complexiteitsniveau plant wordt de ruimtelijke beweging (verplaatsing) toegevoegd.
Niveau 7 is het niveau van de Mens: Aan de beweging wordt de intelligentie toegevoegd.
Niveau 8 is het niveau van de sociale systemen, bijvoorbeeld: bedrijf, school, samenleving.
Niveau 9 is het Transcendentale systeem: het alles overstijgende en samenvattende niveau. Hieronder vallen alle systemen die in de voorgaande indeling geen plaats hebben gekregen.
[bewerken] Zie ook
- Systeem (doorverwijspagina)
- Systeembenadering
- Systeemdenken
- Systeemtheorie
- Systeemwetenschap
Bronnen, noten en/of referenties:
- ↑ Charles François (1999) Systemics and Cybernetics in a Historical Perspective.
- ↑ Grote Winkler Prins, het begrip Systeem, 8e druk 1983, p.400-402.
- ↑ a b c Hugo Meijers (2002) "Vernieuwend systeemdenken in organisaties". In: Verdieping van chaosdenken. Frans van Eijnatten ea. (red). Van Gorcum, ISBN 9023238605 p.78 t/m p.93.
- ↑ Kenneth Boulding (1956). "General Systems Theory : The Skeleton of Science" In: Management Science, 2, 3 (Apr. 1956) pp.197-208. Reprinted in: General Systems, Yearbook of the Society for General Systems Research, vol. 1, 1956.
